doodmaken
werkwoordBetekenis
- doden, ombrengen
- stil leggen
Vervoeging van doodmaken
doodmakenhele werkwoord — maakte doodverleden tijd enkelvoud — maakten doodverleden tijd meervoud — doodgemaaktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | maak dood | maakte dood |
| jij | maakt dood | maakte dood |
| hij, zij, het | maakt dood | maakte dood |
| wij | maken dood | maakten dood |
| jullie | maken dood | maakten dood |
| zij | maken dood | maakten dood |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben doodgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent doodgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dood te maken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| dood te zullen maken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| dood zal maken | bijzin, toekomende tijd |
| dood zou maken | bijzin, voorwaardelijk |
| dood zouden maken | bijzin, voorwaardelijk |
| dood zoudt maken | bijzin, voorwaardelijk |
| dood zullen maken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| dood zullen maken | bijzin, toekomende tijd |
| dood zult maken | bijzin, toekomende tijd |
| doodgemaakt | verleden tijd, deelwoord |
| doodgemaakt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doodgemaakt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doodgemaakt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doodgemaakt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doodgemaakt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doodgemaakt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doodgemaakt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doodgemaakt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doodgemaakt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doodgemaakt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doodmaak | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doodmaakt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doodmaakte | bijzin, verleden tijd |
| doodmaakten | bijzin, verleden tijd |
| doodmakend | onvoltooid, deelwoord |
| er is doodgemaakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was doodgemaakt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd doodgemaakt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt doodgemaakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal doodgemaakt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doodgemaakt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou doodgemaakt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doodgemaakt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had doodgemaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doodgemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doodgemaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doodgemaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doodgemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doodgemaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doodgemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doodgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doodgemaakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doodgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doodgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doodgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doodgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doodgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doodgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is doodgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is doodgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| maak dood | gebiedende wijs |
| maakte dood | verleden tijd |
| te hebben doodgemaakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doodmaken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart doodgemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doodgemaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren doodgemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doodgemaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was doodgemaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was doodgemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was doodgemaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd doodgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd doodgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd doodgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden doodgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden doodgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden doodgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt doodgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word doodgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden doodgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden doodgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden doodgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt doodgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt doodgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal doodgemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doodgemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doodgemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doodgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doodgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal doodgemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doodgemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doodmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doodmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doodmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doodmaken | bijzin, toekomende tijd |
| zijn doodgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn doodgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn doodgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt doodgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou doodgemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doodgemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doodgemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doodgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doodgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou doodgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doodgemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou doodgemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou doodgemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou doodmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou doodmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou doodmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou doodmaken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) doodmaken dood zou(dt) maken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden doodgemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doodgemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doodgemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doodgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doodgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doodgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doodgemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden doodgemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden doodgemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden doodmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden doodmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden doodmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden doodmaken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt doodgemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doodgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doodgemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt doodmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt doodmaken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen doodgemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doodgemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doodgemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doodgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doodgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doodgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doodgemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen doodgemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen doodgemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen doodmaken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen doodmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen doodmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen doodmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen doodmaken | bijzin, toekomende tijd |
| zult doodgemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van dood en maken
Woordfamilie van doodmaken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doodgemaakt | voltooid deelwoord | doodmaken |
| doodgemaakte | woordvorm | doodmaken |
| doodmaak | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doodmaken |
| doodmaakt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doodmaken |
| doodmaakte | subordinate-clause, verleden tijd | doodmaken |
| doodmaakten | subordinate-clause, verleden tijd | doodmaken |
| doodmake | with-subordinate-clause | doodmaken |
| doodmakend | onvoltooid deelwoord | doodmaken |
| doodmakende | woordvorm | doodmaken |
| maak dood | gebiedende wijs | doodmaken |
| maakt dood | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | doodmaken |
| maakte dood | verleden tijd | doodmaken |
| maakten dood | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doodmaken |
| make dood | woordvorm | doodmaken |
| maken dood | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | doodmaken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doodmaken zijn vastgelegd.