Naar de inhoud

doodmaken

doden, ombrengen

doodmaken

werkwoord

Betekenis

  1. doden, ombrengen
  2. stil leggen

Vervoeging van doodmaken

doodmakenhele werkwoord — maakte doodverleden tijd enkelvoud — maakten doodverleden tijd meervoud — doodgemaaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik maak dood maakte dood
jij maakt dood maakte dood
hij, zij, het maakt dood maakte dood
wij maken dood maakten dood
jullie maken dood maakten dood
zij maken dood maakten dood
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben doodgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent doodgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dood te maken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
dood te zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
dood zal maken bijzin, toekomende tijd
dood zou maken bijzin, voorwaardelijk
dood zouden maken bijzin, voorwaardelijk
dood zoudt maken bijzin, voorwaardelijk
dood zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
dood zullen maken bijzin, toekomende tijd
dood zult maken bijzin, toekomende tijd
doodgemaakt verleden tijd, deelwoord
doodgemaakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doodgemaakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doodgemaakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doodgemaakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doodgemaakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doodgemaakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doodgemaakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doodgemaakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doodgemaakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doodgemaakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doodmaak bijzin, tegenwoordige tijd
doodmaakt bijzin, tegenwoordige tijd
doodmaakte bijzin, verleden tijd
doodmaakten bijzin, verleden tijd
doodmakend onvoltooid, deelwoord
er is doodgemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doodgemaakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doodgemaakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doodgemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doodgemaakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doodgemaakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doodgemaakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doodgemaakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had doodgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doodgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doodgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doodgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doodgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doodgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doodgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doodgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doodgemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doodgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doodgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doodgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doodgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doodgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doodgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doodgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is doodgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
maak dood gebiedende wijs
maakte dood verleden tijd
te hebben doodgemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doodmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart doodgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doodgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren doodgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doodgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doodgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was doodgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was doodgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd doodgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd doodgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd doodgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden doodgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden doodgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden doodgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt doodgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word doodgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden doodgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden doodgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden doodgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt doodgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt doodgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal doodgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doodgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doodgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doodgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doodgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doodgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doodgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doodmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doodmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doodmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doodmaken bijzin, toekomende tijd
zijn doodgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn doodgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn doodgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt doodgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou doodgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doodgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doodgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doodgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doodgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou doodgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doodgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doodgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doodgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doodmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doodmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doodmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doodmaken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) doodmaken dood zou(dt) maken bijzin, voorwaardelijk
zouden doodgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doodgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doodgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doodgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doodgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doodgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doodgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doodgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doodgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doodmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doodmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doodmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doodmaken bijzin, voorwaardelijk
zoudt doodgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doodgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doodgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doodmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doodmaken bijzin, voorwaardelijk
zullen doodgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doodgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doodgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doodgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doodgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doodgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doodgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doodgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doodgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doodmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doodmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doodmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doodmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doodmaken bijzin, toekomende tijd
zult doodgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van dood en maken

Woordfamilie van doodmaken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doodgemaakt voltooid deelwoord doodmaken
doodgemaakte woordvorm doodmaken
doodmaak subordinate-clause, tegenwoordige tijd doodmaken
doodmaakt subordinate-clause, tegenwoordige tijd doodmaken
doodmaakte subordinate-clause, verleden tijd doodmaken
doodmaakten subordinate-clause, verleden tijd doodmaken
doodmake with-subordinate-clause doodmaken
doodmakend onvoltooid deelwoord doodmaken
doodmakende woordvorm doodmaken
maak dood gebiedende wijs doodmaken
maakt dood aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doodmaken
maakte dood verleden tijd doodmaken
maakten dood aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doodmaken
make dood woordvorm doodmaken
maken dood aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doodmaken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doodmaken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doodmaken

Wat betekent doodmaken?
Doodmaken is een werkwoord. Het woord betekent: doden, ombrengen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je doodmaken?
Je vervoegt doodmaken als volgt: het voltooid deelwoord is doodgemaakt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doodmaken is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. D 2
  5. M 3
  6. A 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doodmaken levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. D 2
  5. M 3
  6. A 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doodmaken in het kort

doodmaken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van doodmaken zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort doodmaken bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

doodmaken: doden, ombrengen
Deel doodmaken — standaardnederlands.nl