Naar de inhoud

doodliggen

(van dieren) op commando onbeweeglijk liggen

doodliggen

werkwoord

Betekenis

  1. (van dieren) op commando onbeweeglijk liggen
  2. dood maken door erop te liggen

werkwoord

  1. op commando onbeweeglijk liggen intransitive

Vervoeging van doodliggen

doodliggenhele werkwoord — lag doodverleden tijd enkelvoud — lagen doodverleden tijd meervoud — doodgelegenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik lig dood lag dood
jij ligt dood laagt dood
hij, zij, het ligt dood lag dood
wij liggen dood lagen dood
jullie liggen dood lagen dood
zij liggen dood lagen dood
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben doodgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent doodgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dood te liggen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
dood te zullen liggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
dood zal liggen bijzin, toekomende tijd
dood zou liggen bijzin, voorwaardelijk
dood zouden liggen bijzin, voorwaardelijk
dood zoudt liggen bijzin, voorwaardelijk
dood zullen liggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
dood zullen liggen bijzin, toekomende tijd
dood zult liggen bijzin, toekomende tijd
doodgelegen verleden tijd, deelwoord
doodgelegen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doodgelegen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doodgelegen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doodgelegen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doodgelegen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doodgelegen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doodgelegen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doodgelegen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doodgelegen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doodgelegen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doodlaagt bijzin, verleden tijd
doodlag bijzin, verleden tijd
doodlagen bijzin, verleden tijd
doodlig bijzin, tegenwoordige tijd
doodliggend onvoltooid, deelwoord
doodligt bijzin, tegenwoordige tijd
er is doodgelegen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doodgelegen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doodgelegen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doodgelegen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doodgelegen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doodgelegen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doodgelegen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doodgelegen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had doodgelegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doodgelegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doodgelegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doodgelegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doodgelegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doodgelegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doodgelegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doodgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doodgelegen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doodgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doodgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doodgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doodgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doodgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doodgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doodgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is doodgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
lag dood verleden tijd
lig dood gebiedende wijs
te hebben doodgelegen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doodliggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart doodgelegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doodgelegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren doodgelegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doodgelegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doodgelegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was doodgelegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was doodgelegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd doodgelegen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd doodgelegen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd doodgelegen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden doodgelegen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden doodgelegen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden doodgelegen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt doodgelegen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word doodgelegen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden doodgelegen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden doodgelegen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden doodgelegen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt doodgelegen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt doodgelegen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal doodgelegen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doodgelegen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doodgelegen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doodgelegen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doodgelegen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doodgelegen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doodgelegen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doodliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doodliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doodliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doodliggen bijzin, toekomende tijd
zijn doodgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn doodgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn doodgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt doodgelegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou doodgelegen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doodgelegen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doodgelegen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doodgelegen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doodgelegen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou doodgelegen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doodgelegen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doodgelegen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doodgelegen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doodliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doodliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doodliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doodliggen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) doodliggen dood zou(dt) liggen bijzin, voorwaardelijk
zouden doodgelegen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doodgelegen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doodgelegen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doodgelegen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doodgelegen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doodgelegen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doodgelegen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doodgelegen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doodgelegen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doodliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doodliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doodliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doodliggen bijzin, voorwaardelijk
zoudt doodgelegen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doodgelegen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doodgelegen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doodliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doodliggen bijzin, voorwaardelijk
zullen doodgelegen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doodgelegen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doodgelegen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doodgelegen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doodgelegen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doodgelegen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doodgelegen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doodgelegen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doodgelegen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doodliggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doodliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doodliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doodliggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doodliggen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van dood en liggen

Woordfamilie van doodliggen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doodgelegen voltooid deelwoord doodliggen
doodlag subordinate-clause, verleden tijd doodliggen
doodlagen subordinate-clause, verleden tijd doodliggen
doodlig subordinate-clause, tegenwoordige tijd doodliggen
doodligge with-subordinate-clause doodliggen
doodliggend onvoltooid deelwoord doodliggen
doodliggende woordvorm doodliggen
doodligt subordinate-clause, tegenwoordige tijd doodliggen
lag dood verleden tijd doodliggen
lagen dood aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doodliggen
lig dood gebiedende wijs doodliggen
ligge dood woordvorm doodliggen
liggen dood aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doodliggen
ligt dood aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doodliggen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doodliggen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doodliggen

Wat is de betekenis van doodliggen?
Doodliggen is een werkwoord. De betekenis is: (van dieren) op commando onbeweeglijk liggen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik doodliggen?
Zo vervoeg je doodliggen zo: het voltooid deelwoord is doodgelegen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doodliggen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. D 2
  5. L 3
  6. I 1
  7. G 3
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doodliggen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. D 2
  5. L 3
  6. I 2
  7. G 3
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doodliggen in het kort

doodliggen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van doodliggen staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort doodliggen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

doodliggen: (van dieren) op commando onbeweeglijk liggen
Deel doodliggen — standaardnederlands.nl