Naar de inhoud

dominoën

een spel spelen met stenen die aan twee zijden een getal weergeven

dominoën

werkwoord

Betekenis

  1. een spel spelen met stenen die aan twee zijden een getal weergeven
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van dominoën

dominoënhele werkwoord — dominodeverleden tijd enkelvoud — dominodenverleden tijd meervoud — gedominoodvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik domino dominode
jij dominoot dominode
hij, zij, het dominoot dominode
wij dominoën dominoden
jullie dominoën dominoden
zij dominoën dominoden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
domino gebiedende wijs
dominode verleden tijd
dominoë aanvoegende wijs
dominoënd onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gedominood verleden tijd, deelwoord
gedominood te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedominood zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedominood voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedominood voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedominood voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedominood voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedominood voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedominood voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedominood voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedominood voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedominood actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedominood voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedominood voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedominood voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedominood voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedominood voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedominood voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te dominoën actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedominood actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dominoën actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal dominoën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dominoën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dominoën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedominood hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedominood hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedominood hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou dominoën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dominoën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dominoën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedominood hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedominood hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedominood hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dominoën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dominoën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dominoën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedominood hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedominood hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedominood hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt dominoën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedominood hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen dominoën actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dominoën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dominoën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dominoën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedominood hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedominood hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedominood hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult dominoën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedominood hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordfamilie van dominoën

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dominode verleden tijd dominoën
dominoden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dominoën
dominoot aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dominoën
dominoë aanvoegende wijs dominoën
dominoënd onvoltooid deelwoord dominoën
dominoënde woordvorm dominoën
gedominood voltooid deelwoord dominoën

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dominoën zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over dominoën

Wat is de betekenis van dominoën?
Dominoën is een werkwoord. De betekenis is: een spel spelen met stenen die aan twee zijden een getal weergeven. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik dominoën?
Zo vervoeg je dominoën zo: de tegenwoordige tijd is domino, de verleden tijd is dominode en het voltooid deelwoord is gedominood. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dominoën is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. M 3
  4. I 1
  5. N 1
  6. O 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dominoën levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. M 3
  4. I 2
  5. N 1
  6. O 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 zonder bonus
  10. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

dominoën in het kort

dominoën staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van dominoën staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort dominoën bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

dominoën: een spel spelen met stenen die aan twee zijden een getal weergeven
Deel dominoën — standaardnederlands.nl