sjamaan
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een soort priester en ziener die in zijn of haar gemeenschap de communicatie met de geestenwereld verzekert en magie aanwendt om zieken te genezen, voorspellingen te doen en gebeurtenissen onder controle te brengen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sjamanen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Toengoezisch, in de betekenis van ‘toverpriester’ voor het eerst aangetroffen in 1863
Woordfamilie van sjamaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sjamanen | meervoud | sjamaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sjamaan zijn vastgelegd.