Naar de inhoud

dobberen

stuurloos op de golven op en neer bewegen

dobberen

werkwoord

Betekenis

  1. stuurloos op de golven op en neer bewegen
  2. stuurloos op de golven bewegend ergens geraken
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van dobberen

dobberenhele werkwoord — dobberdeverleden tijd enkelvoud — dobberdenverleden tijd meervoud — gedobberdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dobber dobberde
jij dobbert dobberde
hij, zij, het dobbert dobberde
wij dobberen dobberden
jullie dobberen dobberden
zij dobberen dobberden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
dobber gebiedende wijs
dobberde verleden tijd
dobbere aanvoegende wijs
dobberend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gedobberd verleden tijd, deelwoord
gedobberd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedobberd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedobberd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedobberd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedobberd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedobberd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedobberd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedobberd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedobberd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedobberd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedobberd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedobberd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedobberd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedobberd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedobberd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedobberd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedobberd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te dobberen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedobberd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dobberen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal dobberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dobberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dobberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedobberd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedobberd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedobberd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou dobberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dobberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dobberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedobberd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedobberd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedobberd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dobberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dobberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dobberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedobberd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedobberd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedobberd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt dobberen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedobberd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen dobberen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dobberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dobberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dobberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedobberd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedobberd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedobberd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult dobberen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedobberd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘drijven’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1627

Woordfamilie van dobberen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dobberde verleden tijd dobberen
dobberden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dobberen
dobbere aanvoegende wijs dobberen
dobberend onvoltooid deelwoord dobberen
dobberende woordvorm dobberen
dobbert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dobberen
gedobberd voltooid deelwoord dobberen
gedobberde woordvorm dobberen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dobberen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over dobberen

Wat betekent dobberen?
Dobberen is een werkwoord. Het woord betekent: stuurloos op de golven op en neer bewegen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je dobberen?
Je vervoegt dobberen als volgt: de tegenwoordige tijd is dobber, de verleden tijd is dobberde en het voltooid deelwoord is gedobberd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dobberen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. B 3
  4. B 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dobberen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. B 4
  4. B 4
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

dobberen in het kort

dobberen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van dobberen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort dobberen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

dobberen: stuurloos op de golven op en neer bewegen
Deel dobberen — standaardnederlands.nl