Naar de inhoud

distantiëren

zich ~ van: afstand nemen van, beweren niet betrokken of verantwoordelijk te zijn voor iets

distantiëren

werkwoord

Betekenis

  1. zich ~ van: afstand nemen van, beweren niet betrokken of verantwoordelijk te zijn voor iets
  2. zich ~ van: het ergens niet mee eens zijn

Vervoeging van distantiëren

distantiërenhele werkwoord — distantieerdeverleden tijd enkelvoud — distantieerdenverleden tijd meervoud — gedistantieerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik distantieer distantieerde
jij distantieert distantieerde
hij, zij, het distantieert distantieerde
wij distantiëren distantieerden
jullie distantiëren distantieerden
zij distantiëren distantieerden
Alle 89 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
distantieer gebiedende wijs
distantieer me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
distantieer u/je , distantieert je gebiedende wijs
distantieerde verleden tijd
distantieerde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
distantieerde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
distantieerde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
distantieerde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
distantieerde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
distantieerde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
distantieerde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
distantieerden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
distantieerden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
distantieerden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
distantieert je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
distantieert u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
distantieert u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
distantieert zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
distantieert zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
distantieert zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
distantiëre aanvoegende wijs
distantiëre zich aanvoegende wijs
distantiëren je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
distantiëren ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
distantiëren zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
distantiërend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gedistantieerd verleden tijd, deelwoord
gedistantieerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedistantieerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedistantieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedistantieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedistantieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedistantieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedistantieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedistantieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedistantieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedistantieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedistantieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedistantieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedistantieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedistantieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedistantieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedistantieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedistantieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te distantiëren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedistantieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen distantiëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal distantiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal distantiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal distantiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedistantieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedistantieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedistantieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me distantiëren eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich distantiëren derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je distantiëren tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich distantiërend onvoltooid, deelwoord
zich gedistantieerd hebben verleden tijd
zou distantiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou distantiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou distantiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedistantieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedistantieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedistantieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden distantiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden distantiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden distantiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedistantieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedistantieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedistantieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt distantiëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedistantieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen distantiëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen distantiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen distantiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen distantiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedistantieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedistantieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedistantieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen je distantiëren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons distantiëren eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen zich distantiëren derde persoon, toekomende tijd, meervoud
zult distantiëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedistantieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult u distantiëren tweede persoon
zult u distantiëren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult zich/u distantiëren tweede persoon
zult zich/u distantiëren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud

Woordfamilie van distantiëren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
distantieer gebiedende wijs distantiëren
distantieerde verleden tijd distantiëren
distantieerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon distantiëren
distantieert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon distantiëren
distantiëre aanvoegende wijs distantiëren
distantiërend onvoltooid deelwoord distantiëren
distantiërende woordvorm distantiëren
gedistantieerd voltooid deelwoord distantiëren
gedistantieerde woordvorm distantiëren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van distantiëren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over distantiëren

Wat is de betekenis van distantiëren?
Distantiëren is een werkwoord. De betekenis is: zich ~ van: afstand nemen van, beweren niet betrokken of verantwoordelijk te zijn voor iets. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik distantiëren?
Zo vervoeg je distantiëren zo: de tegenwoordige tijd is distantieer, de verleden tijd is distantieerde en het voltooid deelwoord is gedistantieerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord distantiëren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. I 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. A 1
  6. N 1
  7. T 2
  8. I 1
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

distantiëren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. I 2
  3. S 2
  4. T 2
  5. A 1
  6. N 1
  7. T 2
  8. I 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 19 zonder bonus
  14. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (D) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

distantiëren in het kort

distantiëren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van distantiëren staan er 60 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort distantiëren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

distantiëren: zich ~ van: afstand nemen van, beweren niet betrokken of verantwoordelijk te zijn voor iets
Deel distantiëren — standaardnederlands.nl