distel
zelfstandig naamwoord ˈdɪstəlBetekenis
- een plant met stekels aan de bladeren en aan de bloemhoofdjes
- de kleur van distels
Hoe spreek je distel uit?
/ˈdɪstəl/
Distel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- bepaald soort plant met stekels aan de bladeren en aan de bloemhoofdjes, Orobanche reticulata
- paarse kleur van distels
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| distels | enkelvoud |
| disteltje | verkleinwoord |
| disteltjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘stekelige plant’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van distel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| disteltje | verkleinwoord | distel |
| disteltjes | verkleinwoord | distel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van distel zijn vastgelegd.