Naar de inhoud

disconteren

tegen een zeker disconto te gelde maken van een wissel voor de vervaldatum

disconteren

werkwoord

Betekenis

  1. tegen een zeker disconto te gelde maken van een wissel voor de vervaldatum

Vervoeging van disconteren

disconterenhele werkwoord — disconteerdeverleden tijd enkelvoud — disconteerdenverleden tijd meervoud — gedisconteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik disconteer disconteerde
jij disconteert disconteerde
hij, zij, het disconteert disconteerde
wij disconteren disconteerden
jullie disconteren disconteerden
zij disconteren disconteerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedisconteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedisconteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
disconteer gebiedende wijs
disconteerde verleden tijd
discontere aanvoegende wijs
disconterend onvoltooid, deelwoord
er is gedisconteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedisconteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedisconteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedisconteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedisconteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedisconteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedisconteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedisconteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedisconteerd verleden tijd, deelwoord
gedisconteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedisconteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedisconteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedisconteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedisconteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedisconteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedisconteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedisconteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedisconteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedisconteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedisconteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedisconteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedisconteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedisconteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedisconteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedisconteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedisconteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedisconteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedisconteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedisconteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedisconteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedisconteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedisconteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedisconteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedisconteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedisconteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedisconteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te disconteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedisconteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen disconteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedisconteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedisconteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedisconteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedisconteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedisconteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedisconteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedisconteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedisconteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedisconteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedisconteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedisconteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedisconteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedisconteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedisconteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedisconteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedisconteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedisconteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedisconteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedisconteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedisconteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal disconteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal disconteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal disconteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedisconteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedisconteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedisconteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedisconteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedisconteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedisconteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedisconteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedisconteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedisconteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedisconteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedisconteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou disconteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou disconteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou disconteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedisconteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedisconteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedisconteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedisconteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedisconteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedisconteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedisconteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedisconteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedisconteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden disconteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden disconteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden disconteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedisconteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedisconteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedisconteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedisconteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedisconteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedisconteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedisconteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedisconteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedisconteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt disconteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedisconteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedisconteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedisconteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen disconteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen disconteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen disconteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen disconteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedisconteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedisconteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedisconteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedisconteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedisconteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedisconteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedisconteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedisconteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedisconteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult disconteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedisconteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedisconteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedisconteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vóór de vervaldag verzilveren van wissel’ voor het eerst aangetroffen in 1765

Woordfamilie van disconteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
disconteer gebiedende wijs disconteren
disconteerde verleden tijd disconteren
disconteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon disconteren
disconteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon disconteren
discontere aanvoegende wijs disconteren
disconterend onvoltooid deelwoord disconteren
disconterende woordvorm disconteren
gedisconteerd voltooid deelwoord disconteren
gedisconteerde woordvorm disconteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van disconteren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over disconteren

Wat is de betekenis van disconteren?
Disconteren is een werkwoord. De betekenis is: tegen een zeker disconto te gelde maken van een wissel voor de vervaldatum.
Hoe vervoeg ik disconteren?
Zo vervoeg je disconteren zo: de tegenwoordige tijd is disconteer, de verleden tijd is disconteerde en het voltooid deelwoord is gedisconteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord disconteren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. I 1
  3. S 2
  4. C 5
  5. O 1
  6. N 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

disconteren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. I 2
  3. S 2
  4. C 5
  5. O 1
  6. N 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 zonder bonus
  13. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

disconteren in het kort

disconteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van disconteren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort disconteren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

disconteren: tegen een zeker disconto te gelde maken van een wissel voor de vervaldatum
Deel disconteren — standaardnederlands.nl