dineren
werkwoordBetekenis
- het diner gebruiken
Vervoeging van dineren
dinerenhele werkwoord — dineerdeverleden tijd enkelvoud — dineerdenverleden tijd meervoud — gedineerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dineer | dineerde |
| jij | dineert | dineerde |
| hij, zij, het | dineert | dineerde |
| wij | dineren | dineerden |
| jullie | dineren | dineerden |
| zij | dineren | dineerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dineer | gebiedende wijs |
| dineerde | verleden tijd |
| dinere | aanvoegende wijs |
| dinerend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedineerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedineerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedineerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dineren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal dineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou dineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse dîner (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van dineren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dineer | gebiedende wijs | dineren |
| dineerde | verleden tijd | dineren |
| dineerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dineren |
| dineert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dineren |
| dinere | aanvoegende wijs | dineren |
| dinerend | onvoltooid deelwoord | dineren |
| dinerende | woordvorm | dineren |
| gedineerd | voltooid deelwoord | dineren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dineren zijn vastgelegd.