digereren
werkwoordBetekenis
- verteren
- (een vloeistof en een vaste stof samen) matig verwarmen
werkwoord
- matig verwarmen
Vervoeging van digereren
digererenhele werkwoord — digereerdeverleden tijd enkelvoud — digereerdenverleden tijd meervoud — gedigereerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | digereer | digereerde |
| jij | digereert | digereerde |
| hij, zij, het | digereert | digereerde |
| wij | digereren | digereerden |
| jullie | digereren | digereerden |
| zij | digereren | digereerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedigereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedigereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| digereer | gebiedende wijs |
| digereerde | verleden tijd |
| digerere | aanvoegende wijs |
| digererend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedigereerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedigereerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedigereerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedigereerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedigereerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedigereerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedigereerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedigereerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedigereerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedigereerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedigereerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedigereerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedigereerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedigereerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedigereerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedigereerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedigereerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedigereerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedigereerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedigereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedigereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedigereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedigereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedigereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedigereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedigereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedigereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedigereerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedigereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedigereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedigereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedigereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedigereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedigereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedigereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedigereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te digereren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedigereerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen digereren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedigereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedigereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedigereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedigereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedigereerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedigereerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedigereerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedigereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedigereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedigereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedigereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedigereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedigereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedigereerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedigereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedigereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedigereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedigereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedigereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedigereerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal digereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal digereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal digereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedigereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedigereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedigereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedigereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedigereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedigereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedigereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedigereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedigereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedigereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedigereerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou digereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou digereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou digereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedigereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedigereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedigereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedigereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedigereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedigereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedigereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedigereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedigereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden digereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden digereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden digereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedigereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedigereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedigereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedigereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedigereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedigereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedigereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedigereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedigereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt digereren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedigereerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedigereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedigereerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen digereren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen digereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen digereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen digereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedigereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedigereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedigereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedigereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedigereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedigereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedigereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedigereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedigereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult digereren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedigereerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedigereerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedigereerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse digérer of daarvoor van het Latijnse 'digerere' (of 'gerere' (brengen, doen) met het voorvoegsel dis-) met het achtervoegsel -eren
Woordfamilie van digereren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| digereer | gebiedende wijs | digereren |
| digereerde | verleden tijd | digereren |
| digereerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | digereren |
| digereert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | digereren |
| digerere | aanvoegende wijs | digereren |
| digererend | onvoltooid deelwoord | digereren |
| digererende | woordvorm | digereren |
| gedigereerd | voltooid deelwoord | digereren |
| gedigereerde | woordvorm | digereren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van digereren zijn vastgelegd.