Naar de inhoud

dichtslibben

afgesloten raken door opeenhoping van afgezet slib

dichtslibben

werkwoord

Betekenis

  1. afgesloten raken door opeenhoping van afgezet slib
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van dichtslibben

dichtslibbenhele werkwoord — slibde dichtverleden tijd enkelvoud — slibden dichtverleden tijd meervoud — dichtgeslibdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik slib dicht slibde dicht
jij slibt dicht slibde dicht
hij, zij, het slibt dicht slibde dicht
wij slibben dicht slibden dicht
jullie slibben dicht slibden dicht
zij slibben dicht slibden dicht
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben dichtgeslibd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent dichtgeslibd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dicht te slibben actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
dicht te zullen slibben actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
dicht zal slibben bijzin, toekomende tijd
dicht zou slibben bijzin, voorwaardelijk
dicht zouden slibben bijzin, voorwaardelijk
dicht zoudt slibben bijzin, voorwaardelijk
dicht zullen slibben actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
dicht zullen slibben bijzin, toekomende tijd
dicht zult slibben bijzin, toekomende tijd
dichtgeslibd verleden tijd, deelwoord
dichtgeslibd te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
dichtgeslibd zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
dichtslib bijzin, tegenwoordige tijd
dichtslibbend onvoltooid, deelwoord
dichtslibde bijzin, verleden tijd
dichtslibden bijzin, verleden tijd
dichtslibt bijzin, tegenwoordige tijd
ev. gebiedende wijs
is dichtgeslibd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is dichtgeslibd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
slib dicht gebiedende wijs
slibde dicht verleden tijd
te zijn dichtgeslibd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dichtslibben actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart dichtgeslibd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren dichtgeslibd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren dichtgeslibd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren dichtgeslibd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was dichtgeslibd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was dichtgeslibd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was dichtgeslibd voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal dichtgeslibd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal dichtgeslibd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal dichtgeslibd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal dichtslibben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dichtslibben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dichtslibben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal dichtslibben bijzin, toekomende tijd
zijn dichtgeslibd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn dichtgeslibd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn dichtgeslibd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn dichtgeslibd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt dichtgeslibd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou dichtgeslibd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou dichtgeslibd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou dichtgeslibd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou dichtslibben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dichtslibben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dichtslibben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou dichtslibben bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) dichtslibben dicht zou(dt) slibben bijzin, voorwaardelijk
zouden dichtgeslibd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden dichtgeslibd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden dichtgeslibd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dichtslibben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dichtslibben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dichtslibben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden dichtslibben bijzin, voorwaardelijk
zoudt dichtgeslibd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt dichtslibben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt dichtslibben bijzin, voorwaardelijk
zullen dichtgeslibd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen dichtgeslibd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen dichtgeslibd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen dichtslibben actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dichtslibben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dichtslibben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dichtslibben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen dichtslibben bijzin, toekomende tijd
zult dichtgeslibd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult dichtslibben aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult dichtslibben bijzin, toekomende tijd
zult/zal dichtslibben dicht zult/zal slibben bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van dicht en slibben

Woordfamilie van dichtslibben

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dichtgeslibd voltooid deelwoord dichtslibben
dichtgeslibde woordvorm dichtslibben
dichtslib subordinate-clause, tegenwoordige tijd dichtslibben
dichtslibbe with-subordinate-clause dichtslibben
dichtslibbend onvoltooid deelwoord dichtslibben
dichtslibbende woordvorm dichtslibben
dichtslibde subordinate-clause, verleden tijd dichtslibben
dichtslibden subordinate-clause, verleden tijd dichtslibben
dichtslibt subordinate-clause, tegenwoordige tijd dichtslibben
slib dicht gebiedende wijs dichtslibben
slibbe dicht woordvorm dichtslibben
slibben dicht aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon dichtslibben
slibde dicht verleden tijd dichtslibben
slibden dicht aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dichtslibben
slibt dicht aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dichtslibben

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dichtslibben zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over dichtslibben

Wat betekent dichtslibben?
Dichtslibben is een werkwoord. Het woord betekent: afgesloten raken door opeenhoping van afgezet slib. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je dichtslibben?
Je vervoegt dichtslibben als volgt: het voltooid deelwoord is dichtgeslibd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dichtslibben is 28 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. I 1
  3. C 5
  4. H 4
  5. T 2
  6. S 2
  7. L 3
  8. I 1
  9. B 3
  10. B 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 28 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dichtslibben levert met Wordfeud minimaal 32 en maximaal 126 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. I 2
  3. C 5
  4. H 4
  5. T 2
  6. S 2
  7. L 3
  8. I 2
  9. B 4
  10. B 4
  11. E 1
  12. N 1
  13. 32 zonder bonus
  14. 126 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

dichtslibben in het kort

dichtslibben staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van dichtslibben zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort dichtslibben bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

dichtslibben: afgesloten raken door opeenhoping van afgezet slib
Deel dichtslibben — standaardnederlands.nl