diaboliseren
werkwoordBetekenis
- iets of iemand systematisch zeer ongunstig voorstellen
Vervoeging van diaboliseren
diaboliserenhele werkwoord — diaboliseerdeverleden tijd enkelvoud — diaboliseerdenverleden tijd meervoud — gediaboliseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | diaboliseer | diaboliseerde |
| jij | diaboliseert | diaboliseerde |
| hij, zij, het | diaboliseert | diaboliseerde |
| wij | diaboliseren | diaboliseerden |
| jullie | diaboliseren | diaboliseerden |
| zij | diaboliseren | diaboliseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gediaboliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gediaboliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| diaboliseer | gebiedende wijs |
| diaboliseerde | verleden tijd |
| diabolisere | aanvoegende wijs |
| diaboliserend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gediaboliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gediaboliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gediaboliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gediaboliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gediaboliseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gediaboliseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gediaboliseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gediaboliseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gediaboliseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gediaboliseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gediaboliseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gediaboliseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gediaboliseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gediaboliseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gediaboliseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gediaboliseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gediaboliseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gediaboliseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gediaboliseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gediaboliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gediaboliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gediaboliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gediaboliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gediaboliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gediaboliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gediaboliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gediaboliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gediaboliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gediaboliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gediaboliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gediaboliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gediaboliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gediaboliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gediaboliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gediaboliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gediaboliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te diaboliseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gediaboliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen diaboliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gediaboliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gediaboliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gediaboliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gediaboliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gediaboliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gediaboliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gediaboliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gediaboliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gediaboliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gediaboliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gediaboliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gediaboliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gediaboliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gediaboliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gediaboliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gediaboliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gediaboliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gediaboliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gediaboliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gediaboliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal diaboliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal diaboliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal diaboliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gediaboliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gediaboliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gediaboliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gediaboliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gediaboliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gediaboliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gediaboliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gediaboliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gediaboliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gediaboliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gediaboliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou diaboliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou diaboliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou diaboliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gediaboliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gediaboliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gediaboliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gediaboliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gediaboliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gediaboliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gediaboliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gediaboliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gediaboliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden diaboliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden diaboliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden diaboliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gediaboliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gediaboliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gediaboliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gediaboliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gediaboliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gediaboliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gediaboliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gediaboliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gediaboliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt diaboliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gediaboliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gediaboliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gediaboliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen diaboliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen diaboliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen diaboliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen diaboliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gediaboliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gediaboliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gediaboliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gediaboliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gediaboliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gediaboliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gediaboliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gediaboliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gediaboliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult diaboliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gediaboliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gediaboliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gediaboliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse diaboliser (met het voorvoegsel dia- en met het achtervoegsel -iseren)
Woordfamilie van diaboliseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| diaboliseer | gebiedende wijs | diaboliseren |
| diaboliseerde | verleden tijd | diaboliseren |
| diaboliseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | diaboliseren |
| diaboliseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | diaboliseren |
| diabolisere | aanvoegende wijs | diaboliseren |
| diaboliserend | onvoltooid deelwoord | diaboliseren |
| diaboliserende | woordvorm | diaboliseren |
| gediaboliseerd | voltooid deelwoord | diaboliseren |
| gediaboliseerde | woordvorm | diaboliseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van diaboliseren zijn vastgelegd.