diabolo
zelfstandig naamwoordBetekenis
- zandlopervormig speelgoed, bestaande uit twee met de toppen verenigde kegels, dat men al heen en weder rollend op een koord tussen twee stokjes in evenwicht probeert te houden daarbij gebruik makend van het principe van het traagheidsmoment
zelfstandig naamwoord — masculine
- zandlopervormig speelgoed, bestaande uit twee met de toppen verenigde kegels, dat men al heen en weder rollend op een koord tussen twee stokjes in evenwicht probeert te houden daarbij gebruikmakend van het principe van het traagheidsmoment
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| diabolo's | meervoud |
| diabolootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| diabolootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘speelgoed’ voor het eerst aangetroffen in 1914
Woordfamilie van diabolo
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| diabolo's | meervoud | diabolo |
| diabolootje | verkleinwoord | diabolo |
| diabolootjes | verkleinwoord meervoud | diabolo |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van diabolo zijn vastgelegd.