Naar de inhoud

deugen

aan eisen van moraliteit of kwaliteit voldoen

deugen

werkwoord

Betekenis

  1. aan eisen van moraliteit of kwaliteit voldoen

Vervoeging van deugen

deugenhele werkwoord — deugdeverleden tijd enkelvoud — deugdenverleden tijd meervoud — gedeugdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik deug deugde
jij deugt deugde
hij, zij, het deugt deugde
wij deugen deugden
jullie deugen deugden
zij deugen deugden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
deug gebiedende wijs
deugde verleden tijd
deuge aanvoegende wijs
deugend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gedeugd verleden tijd, deelwoord
gedeugd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedeugd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedeugd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedeugd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedeugd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedeugd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedeugd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedeugd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedeugd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedeugd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedeugd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedeugd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedeugd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedeugd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedeugd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedeugd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedeugd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te deugen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedeugd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen deugen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal deugen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal deugen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal deugen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedeugd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedeugd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedeugd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou deugen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou deugen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou deugen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedeugd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedeugd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedeugd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden deugen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden deugen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden deugen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedeugd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedeugd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedeugd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt deugen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedeugd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen deugen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen deugen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen deugen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen deugen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedeugd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedeugd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedeugd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult deugen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedeugd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘goed zijn’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Woordfamilie van deugen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
deug gebiedende wijs deugen
deugde verleden tijd deugen
deuge aanvoegende wijs deugen
deugend onvoltooid deelwoord deugen
deugende woordvorm deugen
deugt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon deugen
gedeugd voltooid deelwoord deugen
gedeugde woordvorm deugen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van deugen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over deugen

Wat betekent deugen?
Deugen is een werkwoord. Het woord betekent: aan eisen van moraliteit of kwaliteit voldoen.
Hoe vervoeg je deugen?
Je vervoegt deugen als volgt: de tegenwoordige tijd is deug, de verleden tijd is deugde en het voltooid deelwoord is gedeugd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord deugen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. U 4
  4. G 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

deugen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. U 2
  4. G 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

deugen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

deugen in het kort

deugen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van deugen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort deugen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

deugen: aan eisen van moraliteit of kwaliteit voldoen
Deel deugen — standaardnederlands.nl