detineren
werkwoordBetekenis
- iemand van staatswege gevangen houden
Vervoeging van detineren
detinerenhele werkwoord — detineerdeverleden tijd enkelvoud — detineerdenverleden tijd meervoud — gedetineerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | detineer | detineerde |
| jij | detineert | detineerde |
| hij, zij, het | detineert | detineerde |
| wij | detineren | detineerden |
| jullie | detineren | detineerden |
| zij | detineren | detineerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedetineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedetineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| detineer | gebiedende wijs |
| detineerde | verleden tijd |
| detinere | aanvoegende wijs |
| detinerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedetineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedetineerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedetineerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedetineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedetineerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedetineerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedetineerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedetineerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedetineerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedetineerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedetineerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedetineerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedetineerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedetineerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedetineerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedetineerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedetineerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedetineerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedetineerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedetineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedetineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedetineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedetineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedetineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedetineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedetineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedetineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedetineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedetineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedetineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedetineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedetineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedetineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedetineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedetineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedetineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te detineren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedetineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen detineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedetineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedetineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedetineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedetineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedetineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedetineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedetineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedetineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedetineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedetineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedetineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedetineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedetineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedetineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedetineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedetineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedetineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedetineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedetineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedetineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal detineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal detineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal detineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedetineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedetineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedetineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedetineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedetineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedetineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedetineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedetineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedetineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedetineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedetineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou detineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou detineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou detineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedetineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedetineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedetineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedetineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedetineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedetineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedetineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedetineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedetineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden detineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden detineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden detineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedetineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedetineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedetineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedetineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedetineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedetineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedetineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedetineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedetineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt detineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedetineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedetineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedetineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen detineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen detineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen detineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen detineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedetineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedetineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedetineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedetineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedetineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedetineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedetineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedetineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedetineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult detineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedetineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedetineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedetineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘in hechtenis houden’ voor het eerst aangetroffen in 1574
Woordfamilie van detineren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| detineer | gebiedende wijs | detineren |
| detineerde | verleden tijd | detineren |
| detineerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | detineren |
| detineert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | detineren |
| detinere | aanvoegende wijs | detineren |
| detinerend | onvoltooid deelwoord | detineren |
| detinerende | woordvorm | detineren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van detineren zijn vastgelegd.