deserteren
werkwoordBetekenis
- het leger waarin men dient in de steek laten
Vervoeging van deserteren
deserterenhele werkwoord — deserteerdeverleden tijd enkelvoud — deserteerdenverleden tijd meervoud — gedeserteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | deserteer | deserteerde |
| jij | deserteert | deserteerde |
| hij, zij, het | deserteert | deserteerde |
| wij | deserteren | deserteerden |
| jullie | deserteren | deserteerden |
| zij | deserteren | deserteerden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben gedeserteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedeserteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| deserteer | gebiedende wijs |
| deserteerde | verleden tijd |
| desertere | aanvoegende wijs |
| deserterend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedeserteerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedeserteerd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedeserteerd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is gedeserteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedeserteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te deserteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn gedeserteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen deserteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedeserteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedeserteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedeserteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedeserteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedeserteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedeserteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedeserteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal deserteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal deserteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal deserteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedeserteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedeserteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedeserteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedeserteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gedeserteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedeserteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedeserteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedeserteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou deserteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou deserteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou deserteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedeserteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedeserteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedeserteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden deserteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden deserteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden deserteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedeserteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedeserteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedeserteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt deserteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedeserteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen deserteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen deserteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen deserteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen deserteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedeserteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedeserteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedeserteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult deserteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedeserteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse déserter (met het voorvoegsel de- en met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van deserteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| deserteer | gebiedende wijs | deserteren |
| deserteerde | verleden tijd | deserteren |
| deserteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | deserteren |
| deserteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | deserteren |
| desertere | aanvoegende wijs | deserteren |
| deserterend | onvoltooid deelwoord | deserteren |
| deserterende | woordvorm | deserteren |
| gedeserteerd | voltooid deelwoord | deserteren |
| gedeserteerde | woordvorm | deserteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van deserteren zijn vastgelegd.