deprogrammeren
werkwoordBetekenis
- genezen van de gevolgen van een hersenspoeling
Vervoeging van deprogrammeren
deprogrammerenhele werkwoord — deprogrammeerdeverleden tijd enkelvoud — deprogrammeerdenverleden tijd meervoud — gedeprogrammeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | deprogrammeer | deprogrammeerde |
| jij | deprogrammeert | deprogrammeerde |
| hij, zij, het | deprogrammeert | deprogrammeerde |
| wij | deprogrammeren | deprogrammeerden |
| jullie | deprogrammeren | deprogrammeerden |
| zij | deprogrammeren | deprogrammeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| deprogrammeer | gebiedende wijs |
| deprogrammeerde | verleden tijd |
| deprogrammere | aanvoegende wijs |
| deprogrammerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedeprogrammeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedeprogrammeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedeprogrammeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedeprogrammeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedeprogrammeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedeprogrammeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedeprogrammeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedeprogrammeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedeprogrammeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedeprogrammeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedeprogrammeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedeprogrammeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedeprogrammeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedeprogrammeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedeprogrammeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedeprogrammeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedeprogrammeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedeprogrammeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedeprogrammeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedeprogrammeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te deprogrammeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedeprogrammeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen deprogrammeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedeprogrammeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedeprogrammeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal deprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal deprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal deprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedeprogrammeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedeprogrammeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedeprogrammeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedeprogrammeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedeprogrammeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedeprogrammeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou deprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou deprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou deprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedeprogrammeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedeprogrammeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedeprogrammeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedeprogrammeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedeprogrammeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedeprogrammeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden deprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden deprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden deprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedeprogrammeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedeprogrammeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedeprogrammeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedeprogrammeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedeprogrammeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedeprogrammeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt deprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedeprogrammeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedeprogrammeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen deprogrammeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen deprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen deprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen deprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedeprogrammeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedeprogrammeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedeprogrammeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedeprogrammeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedeprogrammeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedeprogrammeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult deprogrammeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedeprogrammeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedeprogrammeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedeprogrammeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse déprogrammer (met het voorvoegsel de- en met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van deprogrammeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| deprogrammeer | gebiedende wijs | deprogrammeren |
| deprogrammeerde | verleden tijd | deprogrammeren |
| deprogrammeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | deprogrammeren |
| deprogrammeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | deprogrammeren |
| deprogrammere | aanvoegende wijs | deprogrammeren |
| deprogrammerend | onvoltooid deelwoord | deprogrammeren |
| deprogrammerende | woordvorm | deprogrammeren |
| gedeprogrammeerd | voltooid deelwoord | deprogrammeren |
| gedeprogrammeerde | woordvorm | deprogrammeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van deprogrammeren zijn vastgelegd.