| depriveer |
gebiedende wijs
|
| depriveerde |
verleden tijd
|
| deprivere |
aanvoegende wijs
|
| depriverend |
onvoltooid, deelwoord
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| gedepriveerd |
verleden tijd, deelwoord
|
| gedepriveerd te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gedepriveerd zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had gedepriveerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gedepriveerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gedepriveerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gedepriveerd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gedepriveerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gedepriveerd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gedepriveerd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gedepriveerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gedepriveerd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gedepriveerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gedepriveerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gedepriveerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gedepriveerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gedepriveerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gedepriveerd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| te depriveren |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te hebben gedepriveerd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen depriveren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| zal depriveren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal depriveren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal depriveren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zal gedepriveerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gedepriveerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gedepriveerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zou depriveren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou depriveren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou depriveren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zou gedepriveerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gedepriveerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gedepriveerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden depriveren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden depriveren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden depriveren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zouden gedepriveerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gedepriveerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gedepriveerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zoudt depriveren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zoudt gedepriveerd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zullen depriveren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen depriveren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen depriveren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen depriveren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zullen gedepriveerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gedepriveerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gedepriveerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zult depriveren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zult gedepriveerd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|