Naar de inhoud

depolitiseren

ontdoen van zijn politieke betekenis

depolitiseren

werkwoord

Betekenis

  1. ontdoen van zijn politieke betekenis

Vervoeging van depolitiseren

depolitiserenhele werkwoord — depolitiseerdeverleden tijd enkelvoud — depolitiseerdenverleden tijd meervoud — gedepolitiseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik depolitiseer depolitiseerde
jij depolitiseert depolitiseerde
hij, zij, het depolitiseert depolitiseerde
wij depolitiseren depolitiseerden
jullie depolitiseren depolitiseerden
zij depolitiseren depolitiseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedepolitiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedepolitiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
depolitiseer gebiedende wijs
depolitiseerde verleden tijd
depolitisere aanvoegende wijs
depolitiserend onvoltooid, deelwoord
er is gedepolitiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedepolitiseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedepolitiseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedepolitiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedepolitiseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedepolitiseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedepolitiseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedepolitiseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedepolitiseerd verleden tijd, deelwoord
gedepolitiseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedepolitiseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedepolitiseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedepolitiseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedepolitiseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedepolitiseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedepolitiseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedepolitiseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedepolitiseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedepolitiseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedepolitiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedepolitiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedepolitiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedepolitiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedepolitiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedepolitiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedepolitiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedepolitiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedepolitiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedepolitiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedepolitiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedepolitiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedepolitiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedepolitiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedepolitiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedepolitiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedepolitiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te depolitiseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedepolitiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen depolitiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedepolitiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedepolitiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedepolitiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedepolitiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedepolitiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedepolitiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedepolitiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedepolitiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedepolitiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedepolitiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedepolitiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedepolitiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedepolitiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedepolitiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedepolitiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedepolitiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedepolitiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedepolitiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedepolitiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedepolitiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal depolitiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal depolitiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal depolitiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedepolitiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedepolitiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedepolitiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedepolitiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedepolitiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedepolitiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedepolitiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedepolitiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedepolitiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedepolitiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedepolitiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou depolitiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou depolitiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou depolitiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedepolitiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedepolitiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedepolitiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedepolitiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedepolitiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedepolitiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedepolitiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedepolitiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedepolitiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden depolitiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden depolitiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden depolitiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedepolitiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedepolitiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedepolitiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedepolitiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedepolitiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedepolitiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedepolitiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedepolitiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedepolitiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt depolitiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedepolitiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedepolitiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedepolitiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen depolitiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen depolitiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen depolitiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen depolitiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedepolitiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedepolitiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedepolitiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedepolitiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedepolitiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedepolitiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedepolitiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedepolitiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedepolitiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult depolitiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedepolitiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedepolitiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedepolitiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse dépolitiser (met het voorvoegsel de- en met het achtervoegsel -iseren)

Woordfamilie van depolitiseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
depolitiseer gebiedende wijs depolitiseren
depolitiseerde verleden tijd depolitiseren
depolitiseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon depolitiseren
depolitiseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon depolitiseren
depolitisere aanvoegende wijs depolitiseren
depolitiserend onvoltooid deelwoord depolitiseren
depolitiserende woordvorm depolitiseren
gedepolitiseerd voltooid deelwoord depolitiseren
gedepolitiseerde woordvorm depolitiseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van depolitiseren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over depolitiseren

Wat betekent depolitiseren?
Depolitiseren is een werkwoord. Het woord betekent: ontdoen van zijn politieke betekenis.
Hoe vervoeg je depolitiseren?
Je vervoegt depolitiseren als volgt: de tegenwoordige tijd is depolitiseer, de verleden tijd is depolitiseerde en het voltooid deelwoord is gedepolitiseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord depolitiseren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. P 3
  4. O 1
  5. L 3
  6. I 1
  7. T 2
  8. I 1
  9. S 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

depolitiseren levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. P 4
  4. O 1
  5. L 3
  6. I 2
  7. T 2
  8. I 2
  9. S 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 24 zonder bonus
  15. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

depolitiseren in het kort

depolitiseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van depolitiseren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort depolitiseren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

depolitiseren: ontdoen van zijn politieke betekenis
Deel depolitiseren — standaardnederlands.nl