depolariseren
werkwoordBetekenis
- verminderen van de elektrische lading in een zenuwcel
- het verdwijnen van een ladingsscheiding (de polariteit opheffen van)
- het verdwijnen van een polarisatie door een proces van strooiing dat de richting van een vector willekeurig maakt
- het (doen) verdwijnen van een politiek spanningsveld
Vervoeging van depolariseren
depolariserenhele werkwoord — depolariseerdeverleden tijd enkelvoud — depolariseerdenverleden tijd meervoud — gedepolariseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | depolariseer | depolariseerde |
| jij | depolariseert | depolariseerde |
| hij, zij, het | depolariseert | depolariseerde |
| wij | depolariseren | depolariseerden |
| jullie | depolariseren | depolariseerden |
| zij | depolariseren | depolariseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedepolariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedepolariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| depolariseer | gebiedende wijs |
| depolariseerde | verleden tijd |
| depolarisere | aanvoegende wijs |
| depolariserend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedepolariseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedepolariseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedepolariseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedepolariseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedepolariseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedepolariseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedepolariseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedepolariseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedepolariseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedepolariseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedepolariseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedepolariseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedepolariseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedepolariseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedepolariseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedepolariseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedepolariseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedepolariseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedepolariseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedepolariseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedepolariseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedepolariseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedepolariseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedepolariseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedepolariseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedepolariseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedepolariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedepolariseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedepolariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedepolariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedepolariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedepolariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedepolariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedepolariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedepolariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedepolariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te depolariseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedepolariseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen depolariseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedepolariseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedepolariseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedepolariseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedepolariseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedepolariseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedepolariseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedepolariseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedepolariseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedepolariseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedepolariseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedepolariseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedepolariseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedepolariseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedepolariseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedepolariseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedepolariseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedepolariseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedepolariseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedepolariseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedepolariseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal depolariseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal depolariseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal depolariseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedepolariseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedepolariseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedepolariseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedepolariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedepolariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedepolariseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedepolariseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedepolariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedepolariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedepolariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedepolariseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou depolariseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou depolariseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou depolariseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedepolariseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedepolariseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedepolariseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedepolariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedepolariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedepolariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedepolariseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedepolariseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedepolariseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden depolariseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden depolariseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden depolariseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedepolariseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedepolariseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedepolariseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedepolariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedepolariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedepolariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedepolariseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedepolariseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedepolariseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt depolariseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedepolariseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedepolariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedepolariseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen depolariseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen depolariseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen depolariseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen depolariseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedepolariseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedepolariseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedepolariseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedepolariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedepolariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedepolariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedepolariseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedepolariseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedepolariseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult depolariseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedepolariseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedepolariseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedepolariseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse dépolariser (met het voorvoegsel de- en met het achtervoegsel -iseren)
Woordfamilie van depolariseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| depolariseer | gebiedende wijs | depolariseren |
| depolariseerde | verleden tijd | depolariseren |
| depolariseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | depolariseren |
| depolariseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | depolariseren |
| depolarisere | aanvoegende wijs | depolariseren |
| depolariserend | onvoltooid deelwoord | depolariseren |
| depolariserende | woordvorm | depolariseren |
| gedepolariseerd | voltooid deelwoord | depolariseren |
| gedepolariseerde | woordvorm | depolariseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van depolariseren zijn vastgelegd.