Naar de inhoud

depolariseren

verminderen van de elektrische lading in een zenuwcel

depolariseren

werkwoord

Betekenis

  1. verminderen van de elektrische lading in een zenuwcel
  2. het verdwijnen van een ladingsscheiding (de polariteit opheffen van)
  3. het verdwijnen van een polarisatie door een proces van strooiing dat de richting van een vector willekeurig maakt
  4. het (doen) verdwijnen van een politiek spanningsveld

Vervoeging van depolariseren

depolariserenhele werkwoord — depolariseerdeverleden tijd enkelvoud — depolariseerdenverleden tijd meervoud — gedepolariseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik depolariseer depolariseerde
jij depolariseert depolariseerde
hij, zij, het depolariseert depolariseerde
wij depolariseren depolariseerden
jullie depolariseren depolariseerden
zij depolariseren depolariseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
depolariseer gebiedende wijs
depolariseerde verleden tijd
depolarisere aanvoegende wijs
depolariserend onvoltooid, deelwoord
er is gedepolariseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedepolariseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedepolariseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedepolariseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedepolariseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedepolariseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedepolariseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedepolariseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedepolariseerd verleden tijd, deelwoord
gedepolariseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedepolariseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedepolariseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedepolariseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedepolariseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedepolariseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedepolariseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedepolariseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedepolariseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedepolariseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedepolariseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedepolariseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedepolariseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedepolariseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedepolariseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedepolariseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedepolariseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedepolariseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te depolariseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedepolariseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen depolariseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedepolariseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedepolariseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedepolariseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedepolariseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedepolariseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedepolariseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedepolariseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedepolariseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal depolariseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal depolariseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal depolariseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedepolariseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedepolariseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedepolariseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedepolariseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedepolariseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedepolariseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou depolariseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou depolariseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou depolariseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedepolariseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedepolariseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedepolariseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedepolariseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedepolariseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedepolariseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden depolariseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden depolariseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden depolariseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedepolariseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedepolariseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedepolariseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedepolariseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedepolariseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedepolariseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt depolariseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedepolariseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedepolariseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen depolariseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen depolariseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen depolariseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen depolariseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedepolariseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedepolariseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedepolariseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedepolariseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedepolariseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedepolariseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult depolariseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedepolariseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedepolariseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedepolariseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse dépolariser (met het voorvoegsel de- en met het achtervoegsel -iseren)

Woordfamilie van depolariseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
depolariseer gebiedende wijs depolariseren
depolariseerde verleden tijd depolariseren
depolariseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon depolariseren
depolariseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon depolariseren
depolarisere aanvoegende wijs depolariseren
depolariserend onvoltooid deelwoord depolariseren
depolariserende woordvorm depolariseren
gedepolariseerd voltooid deelwoord depolariseren
gedepolariseerde woordvorm depolariseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van depolariseren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over depolariseren

Wat is de betekenis van depolariseren?
Depolariseren is een werkwoord. De betekenis is: verminderen van de elektrische lading in een zenuwcel. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik depolariseren?
Zo vervoeg je depolariseren zo: de tegenwoordige tijd is depolariseer, de verleden tijd is depolariseerde en het voltooid deelwoord is gedepolariseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord depolariseren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. P 3
  4. O 1
  5. L 3
  6. A 1
  7. R 2
  8. I 1
  9. S 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

depolariseren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. P 4
  4. O 1
  5. L 3
  6. A 1
  7. R 2
  8. I 2
  9. S 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 23 zonder bonus
  15. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

depolariseren in het kort

depolariseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van depolariseren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort depolariseren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

depolariseren: verminderen van de elektrische lading in een zenuwcel
Deel depolariseren — standaardnederlands.nl