Naar de inhoud

denivelleren

op een verschillend peil brengen, een nivellering ongedaan maken

denivelleren

werkwoord

Betekenis

  1. op een verschillend peil brengen, een nivellering ongedaan maken

Vervoeging van denivelleren

denivellerenhele werkwoord — denivelleerdeverleden tijd enkelvoud — denivelleerdenverleden tijd meervoud — gedenivelleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik denivelleer denivelleerde
jij denivelleert denivelleerde
hij, zij, het denivelleert denivelleerde
wij denivelleren denivelleerden
jullie denivelleren denivelleerden
zij denivelleren denivelleerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
denivelleer gebiedende wijs
denivelleerde verleden tijd
denivellere aanvoegende wijs
denivellerend onvoltooid, deelwoord
er is gedenivelleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedenivelleerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedenivelleerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedenivelleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedenivelleerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedenivelleerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedenivelleerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedenivelleerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedenivelleerd verleden tijd, deelwoord
gedenivelleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedenivelleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedenivelleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedenivelleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedenivelleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedenivelleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedenivelleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedenivelleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedenivelleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedenivelleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedenivelleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedenivelleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedenivelleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedenivelleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedenivelleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedenivelleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedenivelleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te denivelleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedenivelleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen denivelleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal denivelleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal denivelleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal denivelleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedenivelleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedenivelleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedenivelleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou denivelleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou denivelleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou denivelleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedenivelleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedenivelleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedenivelleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden denivelleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden denivelleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden denivelleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedenivelleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedenivelleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedenivelleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt denivelleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedenivelleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen denivelleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen denivelleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen denivelleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen denivelleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedenivelleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedenivelleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedenivelleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult denivelleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedenivelleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse déniveler (met het voorvoegsel de- en met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van denivelleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
denivelleer gebiedende wijs denivelleren
denivelleerde verleden tijd denivelleren
denivelleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon denivelleren
denivelleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon denivelleren
denivellere aanvoegende wijs denivelleren
denivellerend onvoltooid deelwoord denivelleren
denivellerende woordvorm denivelleren
gedenivelleerd voltooid deelwoord denivelleren
gedenivelleerde woordvorm denivelleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van denivelleren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over denivelleren

Wat is de betekenis van denivelleren?
Denivelleren is een werkwoord. De betekenis is: op een verschillend peil brengen, een nivellering ongedaan maken.
Hoe vervoeg ik denivelleren?
Zo vervoeg je denivelleren zo: de tegenwoordige tijd is denivelleer, de verleden tijd is denivelleerde en het voltooid deelwoord is gedenivelleerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord denivelleren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. N 1
  4. I 1
  5. V 4
  6. E 1
  7. L 3
  8. L 3
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

denivelleren levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. N 1
  4. I 2
  5. V 4
  6. E 1
  7. L 3
  8. L 3
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 22 zonder bonus
  14. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

denivelleren in het kort

denivelleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van denivelleren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort denivelleren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

denivelleren: op een verschillend peil brengen, een nivellering ongedaan maken
Deel denivelleren — standaardnederlands.nl