denim
bijvoeglijk naamwoord ˈdenɪmBetekenis
- zeer sterke katoenen stof die vaak blauw is geverfd
Hoe spreek je denim uit?
/ˈdenɪm/
Denim bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| e | veel |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| denims | partitief, stellende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘katoenen stof’ voor het eerst aangetroffen in 1917
Woordfamilie van denim
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| denims | partitive, positive | denim |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van denim zijn vastgelegd.