Naar de inhoud

decreteren

bij decreet vaststellen

decreteren

werkwoord

Betekenis

  1. bij decreet vaststellen

Vervoeging van decreteren

decreterenhele werkwoord — decreteerdeverleden tijd enkelvoud — decreteerdenverleden tijd meervoud — gedecreteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik decreteer decreteerde
jij decreteert decreteerde
hij, zij, het decreteert decreteerde
wij decreteren decreteerden
jullie decreteren decreteerden
zij decreteren decreteerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedecreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedecreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
decreteer gebiedende wijs
decreteerde verleden tijd
decretere aanvoegende wijs
decreterend onvoltooid, deelwoord
er is gedecreteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedecreteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedecreteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedecreteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedecreteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedecreteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedecreteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedecreteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedecreteerd verleden tijd, deelwoord
gedecreteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedecreteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedecreteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedecreteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedecreteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedecreteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedecreteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedecreteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedecreteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedecreteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedecreteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedecreteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedecreteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedecreteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedecreteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedecreteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedecreteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedecreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedecreteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedecreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedecreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedecreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedecreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedecreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedecreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedecreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedecreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te decreteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedecreteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen decreteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedecreteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedecreteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedecreteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedecreteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedecreteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedecreteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedecreteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedecreteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedecreteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedecreteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedecreteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedecreteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedecreteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedecreteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedecreteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedecreteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedecreteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedecreteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedecreteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedecreteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal decreteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal decreteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal decreteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedecreteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedecreteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedecreteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedecreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedecreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedecreteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedecreteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedecreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedecreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedecreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedecreteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou decreteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou decreteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou decreteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedecreteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedecreteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedecreteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedecreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedecreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedecreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedecreteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedecreteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedecreteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden decreteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden decreteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden decreteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedecreteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedecreteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedecreteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedecreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedecreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedecreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedecreteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedecreteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedecreteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt decreteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedecreteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedecreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedecreteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen decreteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen decreteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen decreteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen decreteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedecreteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedecreteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedecreteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedecreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedecreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedecreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedecreteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedecreteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedecreteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult decreteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedecreteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedecreteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedecreteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘afkondigen van een besluit’ voor het eerst aangetroffen in 1548

Woordfamilie van decreteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
decreteer gebiedende wijs decreteren
decreteerde verleden tijd decreteren
decreteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon decreteren
decreteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon decreteren
decretere aanvoegende wijs decreteren
decreterend onvoltooid deelwoord decreteren
decreterende woordvorm decreteren
gedecreteerd voltooid deelwoord decreteren
gedecreteerde woordvorm decreteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van decreteren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over decreteren

Wat betekent decreteren?
Decreteren is een werkwoord. Het woord betekent: bij decreet vaststellen.
Hoe vervoeg je decreteren?
Je vervoegt decreteren als volgt: de tegenwoordige tijd is decreteer, de verleden tijd is decreteerde en het voltooid deelwoord is gedecreteerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord decreteren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. R 2
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

decreteren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. C 5
  4. R 2
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

decreteren in het kort

decreteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van decreteren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort decreteren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

decreteren: bij decreet vaststellen
Deel decreteren — standaardnederlands.nl