decouperen
werkwoordBetekenis
- aan stukken snijden
Vervoeging van decouperen
decouperenhele werkwoord — decoupeerdeverleden tijd enkelvoud — decoupeerdenverleden tijd meervoud — gedecoupeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | decoupeer | decoupeerde |
| jij | decoupeert | decoupeerde |
| hij, zij, het | decoupeert | decoupeerde |
| wij | decouperen | decoupeerden |
| jullie | decouperen | decoupeerden |
| zij | decouperen | decoupeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedecoupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedecoupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| decoupeer | gebiedende wijs |
| decoupeerde | verleden tijd |
| decoupere | aanvoegende wijs |
| decouperend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedecoupeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedecoupeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedecoupeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedecoupeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedecoupeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedecoupeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedecoupeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedecoupeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedecoupeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedecoupeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedecoupeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedecoupeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedecoupeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedecoupeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedecoupeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedecoupeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedecoupeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedecoupeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedecoupeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedecoupeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedecoupeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedecoupeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedecoupeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedecoupeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedecoupeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedecoupeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedecoupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedecoupeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedecoupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedecoupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedecoupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedecoupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedecoupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedecoupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedecoupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedecoupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te decouperen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedecoupeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen decouperen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedecoupeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedecoupeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedecoupeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedecoupeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedecoupeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedecoupeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedecoupeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedecoupeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedecoupeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedecoupeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedecoupeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedecoupeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedecoupeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedecoupeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedecoupeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedecoupeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedecoupeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedecoupeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedecoupeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedecoupeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal decouperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal decouperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal decouperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedecoupeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedecoupeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedecoupeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedecoupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedecoupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedecoupeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedecoupeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedecoupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedecoupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedecoupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedecoupeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou decouperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou decouperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou decouperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedecoupeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedecoupeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedecoupeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedecoupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedecoupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedecoupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedecoupeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedecoupeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedecoupeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden decouperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden decouperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden decouperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedecoupeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedecoupeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedecoupeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedecoupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedecoupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedecoupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedecoupeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedecoupeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedecoupeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt decouperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedecoupeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedecoupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedecoupeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen decouperen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen decouperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen decouperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen decouperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedecoupeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedecoupeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedecoupeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedecoupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedecoupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedecoupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedecoupeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedecoupeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedecoupeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult decouperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedecoupeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedecoupeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedecoupeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse découper (met het voorvoegsel de- en met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van decouperen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| decoupeer | gebiedende wijs | decouperen |
| decoupeerde | verleden tijd | decouperen |
| decoupeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | decouperen |
| decoupeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | decouperen |
| decoupere | aanvoegende wijs | decouperen |
| decouperend | onvoltooid deelwoord | decouperen |
| decouperende | woordvorm | decouperen |
| gedecoupeerd | voltooid deelwoord | decouperen |
| gedecoupeerde | woordvorm | decouperen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van decouperen zijn vastgelegd.