Naar de inhoud

dauwen

ontstaan van condensatie op de grond of de vegetatie

dauwen

werkwoord

Betekenis

  1. ontstaan van condensatie op de grond of de vegetatie

Vervoeging van dauwen

dauwenhele werkwoord — dauwdeverleden tijd enkelvoud — dauwdenverleden tijd meervoud — gedauwdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dauw dauwde
jij dauwt dauwde
hij, zij, het dauwt dauwde
wij dauwen dauwden
jullie dauwen dauwden
zij dauwen dauwden
Alle 58 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
dauw gebiedende wijs
dauwde verleden tijd
dauwe aanvoegende wijs
dauwend onvoltooid, deelwoord
dauwt tegenwoordige tijd
ev. gebiedende wijs
gedauwd verleden tijd, deelwoord
gedauwd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedauwd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedauwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedauwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedauwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedauwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedauwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedauwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedauwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedauwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedauwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedauwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedauwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedauwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedauwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedauwd verleden tijd, deelwoord
heeft gedauwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedauwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te dauwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedauwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dauwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal dauwen toekomende tijd
zal dauwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dauwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dauwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedauwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedauwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedauwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou dauwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dauwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dauwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dauwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dauwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dauwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt dauwen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedauwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen dauwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dauwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dauwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dauwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedauwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedauwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedauwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult dauwen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedauwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordfamilie van dauwen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dauwde verleden tijd dauwen
dauwden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dauwen
dauwe aanvoegende wijs dauwen
dauwend onvoltooid deelwoord dauwen
dauwende woordvorm dauwen
dauwt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dauwen
gedauwd voltooid deelwoord dauwen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dauwen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over dauwen

Wat betekent dauwen?
Dauwen is een werkwoord. Het woord betekent: ontstaan van condensatie op de grond of de vegetatie.
Hoe vervoeg je dauwen?
Je vervoegt dauwen als volgt: de tegenwoordige tijd is dauw, de verleden tijd is dauwde en het voltooid deelwoord is gedauwd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dauwen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. A 1
  3. U 4
  4. W 5
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dauwen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. A 1
  3. U 2
  4. W 5
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

dauwen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

dauwen in het kort

dauwen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van dauwen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort dauwen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

dauwen: ontstaan van condensatie op de grond of de vegetatie
Deel dauwen — standaardnederlands.nl