Naar de inhoud

crediteren

op iemands rekening als tegoed (credit) bijschrijven

crediteren

werkwoord

Betekenis

  1. op iemands rekening als tegoed (credit) bijschrijven
  2. op de creditzijde boeken

Vervoeging van crediteren

crediterenhele werkwoord — crediteerdeverleden tijd enkelvoud — crediteerdenverleden tijd meervoud — gecrediteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik crediteer crediteerde
jij crediteert crediteerde
hij, zij, het crediteert crediteerde
wij crediteren crediteerden
jullie crediteren crediteerden
zij crediteren crediteerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gecrediteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gecrediteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
crediteer gebiedende wijs
crediteerde verleden tijd
creditere aanvoegende wijs
crediterend onvoltooid, deelwoord
er is gecrediteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecrediteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecrediteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecrediteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecrediteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecrediteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecrediteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecrediteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecrediteerd verleden tijd, deelwoord
gecrediteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecrediteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecrediteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecrediteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecrediteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecrediteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecrediteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecrediteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecrediteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecrediteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecrediteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecrediteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecrediteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecrediteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecrediteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecrediteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecrediteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecrediteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecrediteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecrediteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecrediteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecrediteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecrediteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecrediteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecrediteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gecrediteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gecrediteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te crediteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecrediteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen crediteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gecrediteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecrediteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gecrediteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecrediteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gecrediteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gecrediteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gecrediteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gecrediteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gecrediteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gecrediteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gecrediteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gecrediteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gecrediteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gecrediteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gecrediteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gecrediteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gecrediteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gecrediteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gecrediteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gecrediteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal crediteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal crediteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal crediteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecrediteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecrediteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecrediteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gecrediteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecrediteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gecrediteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecrediteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gecrediteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gecrediteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gecrediteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gecrediteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou crediteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou crediteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou crediteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecrediteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecrediteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecrediteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gecrediteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecrediteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gecrediteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecrediteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecrediteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecrediteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden crediteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden crediteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden crediteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecrediteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecrediteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecrediteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecrediteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gecrediteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gecrediteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecrediteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecrediteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecrediteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt crediteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecrediteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecrediteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecrediteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen crediteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen crediteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen crediteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen crediteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecrediteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecrediteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecrediteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecrediteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gecrediteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gecrediteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecrediteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecrediteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecrediteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult crediteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecrediteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecrediteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecrediteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse créditer (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van crediteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
crediteer gebiedende wijs crediteren
crediteerde verleden tijd crediteren
crediteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon crediteren
crediteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon crediteren
creditere aanvoegende wijs crediteren
crediterend onvoltooid deelwoord crediteren
crediterende woordvorm crediteren
gecrediteerd voltooid deelwoord crediteren
gecrediteerde woordvorm crediteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van crediteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over crediteren

Wat betekent crediteren?
Crediteren is een werkwoord. Het woord betekent: op iemands rekening als tegoed (credit) bijschrijven. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je crediteren?
Je vervoegt crediteren als volgt: de tegenwoordige tijd is crediteer, de verleden tijd is crediteerde en het voltooid deelwoord is gecrediteerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord crediteren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. R 2
  3. E 1
  4. D 2
  5. I 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

crediteren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. R 2
  3. E 1
  4. D 2
  5. I 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

crediteren in het kort

crediteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van crediteren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort crediteren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

crediteren: op iemands rekening als tegoed (credit) bijschrijven
Deel crediteren — standaardnederlands.nl