Naar de inhoud

crashen

ernstig verongelukken

crashen

werkwoord

Betekenis

  1. ernstig verongelukken
  2. bankroet gaan

Vervoeging van crashen

crashenhele werkwoord — crashteverleden tijd enkelvoud — crashtenverleden tijd meervoud — gecrashtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik crash crashte
jij crasht crashte
hij, zij, het crasht crashte
wij crashen crashten
jullie crashen crashten
zij crashen crashten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
crash gebiedende wijs
crashe aanvoegende wijs
crashend onvoltooid, deelwoord
crashte verleden tijd
ev. gebiedende wijs
gecrasht verleden tijd, deelwoord
gecrasht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecrasht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecrasht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecrasht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecrasht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecrasht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecrasht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecrasht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecrasht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecrasht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecrasht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecrasht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecrasht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecrasht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecrasht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecrasht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecrasht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te crashen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecrasht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen crashen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal crashen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal crashen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal crashen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecrasht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecrasht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecrasht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou crashen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou crashen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou crashen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecrasht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecrasht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecrasht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden crashen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden crashen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden crashen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecrasht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecrasht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecrasht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt crashen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecrasht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen crashen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen crashen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen crashen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen crashen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecrasht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecrasht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecrasht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult crashen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecrasht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Engels

Woordfamilie van crashen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
crashe aanvoegende wijs crashen
crashend onvoltooid deelwoord crashen
crashende woordvorm crashen
crasht aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon crashen
crashte verleden tijd crashen
crashten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon crashen
gecrasht voltooid deelwoord crashen
gecrashte woordvorm crashen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van crashen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over crashen

Wat betekent crashen?
Crashen is een werkwoord. Het woord betekent: ernstig verongelukken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je crashen?
Je vervoegt crashen als volgt: de tegenwoordige tijd is crash, de verleden tijd is crashte en het voltooid deelwoord is gecrasht. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord crashen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. R 2
  3. A 1
  4. S 2
  5. H 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

crashen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 118 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. R 2
  3. A 1
  4. S 2
  5. H 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 zonder bonus
  9. 118 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

crashen telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

crashen in het kort

crashen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van crashen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort crashen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

crashen: ernstig verongelukken
Deel crashen — standaardnederlands.nl