Naar de inhoud

coïncideren

samenvallen in ruimte of tijd

coïncideren

werkwoord

Betekenis

  1. samenvallen in ruimte of tijd
  2. het samenvallen in ruimte of tijd vaststellen

Vervoeging van coïncideren

coïnciderenhele werkwoord — coïncideerdeverleden tijd enkelvoud — coïncideerdenverleden tijd meervoud — gecoïncideerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik coïncideer coïncideerde
jij coïncideert coïncideerde
hij, zij, het coïncideert coïncideerde
wij coïncideren coïncideerden
jullie coïncideren coïncideerden
zij coïncideren coïncideerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
coïncideer gebiedende wijs
coïncideerde verleden tijd
coïncidere aanvoegende wijs
coïnciderend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gecoïncideerd verleden tijd, deelwoord
gecoïncideerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecoïncideerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecoïncideerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecoïncideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecoïncideerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecoïncideerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecoïncideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecoïncideerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecoïncideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecoïncideerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecoïncideerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecoïncideerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecoïncideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecoïncideerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecoïncideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecoïncideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecoïncideerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te coïncideren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecoïncideerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen coïncideren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal coïncideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal coïncideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal coïncideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecoïncideerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecoïncideerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecoïncideerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou coïncideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou coïncideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou coïncideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecoïncideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecoïncideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecoïncideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden coïncideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden coïncideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden coïncideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecoïncideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecoïncideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecoïncideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt coïncideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecoïncideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen coïncideren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen coïncideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen coïncideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen coïncideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecoïncideerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecoïncideerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecoïncideerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult coïncideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecoïncideerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse coïncider (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van coïncideren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
coïncideer gebiedende wijs coïncideren
coïncideerde verleden tijd coïncideren
coïncideerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon coïncideren
coïncideert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon coïncideren
coïncidere aanvoegende wijs coïncideren
coïnciderend onvoltooid deelwoord coïncideren
coïnciderende woordvorm coïncideren
gecoïncideerd voltooid deelwoord coïncideren
gecoïncideerde woordvorm coïncideren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van coïncideren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over coïncideren

Wat is de betekenis van coïncideren?
Coïncideren is een werkwoord. De betekenis is: samenvallen in ruimte of tijd. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik coïncideren?
Zo vervoeg je coïncideren zo: de tegenwoordige tijd is coïncideer, de verleden tijd is coïncideerde en het voltooid deelwoord is gecoïncideerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord coïncideren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. I 1
  4. N 1
  5. C 5
  6. I 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

coïncideren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. I 2
  4. N 1
  5. C 5
  6. I 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 23 zonder bonus
  13. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

coïncideren in het kort

coïncideren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van coïncideren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort coïncideren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

coïncideren: samenvallen in ruimte of tijd
Deel coïncideren — standaardnederlands.nl