Naar de inhoud

convergeren

zich naar één punt richten (van lijnen, lichtstralen enz.)

convergeren

werkwoord

Betekenis

  1. zich naar één punt richten (van lijnen, lichtstralen enz.)
  2. steeds dichterbij komen, naderen tot

Vervoeging van convergeren

convergerenhele werkwoord — convergeerdeverleden tijd enkelvoud — convergeerdenverleden tijd meervoud — geconvergeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik convergeer convergeerde
jij convergeert convergeerde
hij, zij, het convergeert convergeerde
wij convergeren convergeerden
jullie convergeren convergeerden
zij convergeren convergeerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
convergeer gebiedende wijs
convergeerde verleden tijd
convergere aanvoegende wijs
convergerend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
geconvergeerd verleden tijd, deelwoord
geconvergeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconvergeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geconvergeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geconvergeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geconvergeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geconvergeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geconvergeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geconvergeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geconvergeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geconvergeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geconvergeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geconvergeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geconvergeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geconvergeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geconvergeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geconvergeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geconvergeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te convergeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geconvergeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen convergeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal convergeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal convergeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal convergeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geconvergeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconvergeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geconvergeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou convergeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou convergeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou convergeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geconvergeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconvergeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconvergeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden convergeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden convergeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden convergeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geconvergeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geconvergeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geconvergeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt convergeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geconvergeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen convergeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen convergeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen convergeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen convergeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geconvergeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geconvergeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geconvergeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult convergeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geconvergeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘in één punt samenkomend’ voor het eerst aangetroffen in 1824

Woordfamilie van convergeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
convergeer gebiedende wijs convergeren
convergeerde verleden tijd convergeren
convergeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon convergeren
convergeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon convergeren
convergere aanvoegende wijs convergeren
convergerend onvoltooid deelwoord convergeren
convergerende woordvorm convergeren
geconvergeerd voltooid deelwoord convergeren
geconvergeerde woordvorm convergeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van convergeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over convergeren

Wat is de betekenis van convergeren?
Convergeren is een werkwoord. De betekenis is: zich naar één punt richten (van lijnen, lichtstralen enz.). In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik convergeren?
Zo vervoeg je convergeren zo: de tegenwoordige tijd is convergeer, de verleden tijd is convergeerde en het voltooid deelwoord is geconvergeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord convergeren is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. R 2
  7. G 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

convergeren levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. R 2
  7. G 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

convergeren in het kort

convergeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van convergeren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort convergeren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

convergeren: zich naar één punt richten (van lijnen, lichtstralen enz.)
Deel convergeren — standaardnederlands.nl