Naar de inhoud

contesteren

harde oppositie voeren, zich verzetten (tegen bestaande autoritaire structuren)

contesteren

werkwoord

Betekenis

  1. harde oppositie voeren, zich verzetten (tegen bestaande autoritaire structuren)

Vervoeging van contesteren

contesterenhele werkwoord — contesteerdeverleden tijd enkelvoud — contesteerdenverleden tijd meervoud — gecontesteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik contesteer contesteerde
jij contesteert contesteerde
hij, zij, het contesteert contesteerde
wij contesteren contesteerden
jullie contesteren contesteerden
zij contesteren contesteerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gecontesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gecontesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
contesteer gebiedende wijs
contesteerde verleden tijd
contestere aanvoegende wijs
contesterend onvoltooid, deelwoord
er is gecontesteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecontesteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecontesteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecontesteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecontesteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecontesteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecontesteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecontesteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecontesteerd verleden tijd, deelwoord
gecontesteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecontesteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecontesteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecontesteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecontesteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecontesteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecontesteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecontesteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecontesteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecontesteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecontesteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecontesteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecontesteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecontesteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecontesteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecontesteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecontesteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecontesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecontesteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecontesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecontesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecontesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecontesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecontesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecontesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gecontesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gecontesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te contesteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecontesteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen contesteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gecontesteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecontesteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gecontesteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecontesteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gecontesteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gecontesteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gecontesteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gecontesteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gecontesteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gecontesteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gecontesteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gecontesteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gecontesteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gecontesteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gecontesteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gecontesteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gecontesteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gecontesteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gecontesteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gecontesteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal contesteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal contesteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal contesteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecontesteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecontesteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecontesteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gecontesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecontesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gecontesteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecontesteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gecontesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gecontesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gecontesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gecontesteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou contesteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou contesteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou contesteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecontesteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecontesteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecontesteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gecontesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecontesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gecontesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecontesteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecontesteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecontesteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden contesteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden contesteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden contesteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecontesteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecontesteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecontesteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecontesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gecontesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gecontesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecontesteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecontesteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecontesteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt contesteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecontesteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecontesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecontesteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen contesteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen contesteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen contesteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen contesteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecontesteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecontesteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecontesteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecontesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gecontesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gecontesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecontesteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecontesteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecontesteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult contesteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecontesteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecontesteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecontesteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘betwisten’ voor het eerst aangetroffen in 1650

Woordfamilie van contesteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
contesteer gebiedende wijs contesteren
contesteerde verleden tijd contesteren
contesteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon contesteren
contesteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon contesteren
contestere aanvoegende wijs contesteren
contesterend onvoltooid deelwoord contesteren
contesterende woordvorm contesteren
gecontesteerd voltooid deelwoord contesteren
gecontesteerde woordvorm contesteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van contesteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over contesteren

Wat betekent contesteren?
Contesteren is een werkwoord. Het woord betekent: harde oppositie voeren, zich verzetten (tegen bestaande autoritaire structuren).
Hoe vervoeg je contesteren?
Je vervoegt contesteren als volgt: de tegenwoordige tijd is contesteer, de verleden tijd is contesteerde en het voltooid deelwoord is gecontesteerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord contesteren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. S 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

contesteren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. S 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 zonder bonus
  13. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

contesteren in het kort

contesteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van contesteren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort contesteren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

contesteren: harde oppositie voeren, zich verzetten (tegen bestaande autoritaire structuren)
Deel contesteren — standaardnederlands.nl