context
zelfstandig naamwoord /ˈkɔntɛkst/Betekenis
- verband waarin iets zich voordoet
- de tekst die om de tekst heen staat
- de gebeurtenissen die vóór het gebeurde hebben plaatsgevonden
Hoe spreek je context uit?
/ˈkɔntɛkst/
Context bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- zakelijke inhoud of bewoordingen van een oorkonde
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| contexten | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘samenhang’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824.
Woordfamilie van context
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| contexten | meervoud | context |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van context zijn vastgelegd.