constitueren
werkwoordBetekenis
- instellen, vormen, samenstellen
- verordenen, vaststellen
Vervoeging van constitueren
constituerenhele werkwoord — constitueerdeverleden tijd enkelvoud — constitueerdenverleden tijd meervoud — geconstitueerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | constitueer | constitueerde |
| jij | constitueert | constitueerde |
| hij, zij, het | constitueert | constitueerde |
| wij | constitueren | constitueerden |
| jullie | constitueren | constitueerden |
| zij | constitueren | constitueerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geconstitueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geconstitueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| constitueer | gebiedende wijs |
| constitueerde | verleden tijd |
| constituere | aanvoegende wijs |
| constituerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geconstitueerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geconstitueerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geconstitueerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geconstitueerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geconstitueerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geconstitueerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geconstitueerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geconstitueerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geconstitueerd | verleden tijd, deelwoord |
| geconstitueerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geconstitueerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geconstitueerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconstitueerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconstitueerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconstitueerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geconstitueerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geconstitueerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geconstitueerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geconstitueerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geconstitueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geconstitueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geconstitueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geconstitueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geconstitueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geconstitueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geconstitueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geconstitueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconstitueerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geconstitueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconstitueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geconstitueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geconstitueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconstitueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconstitueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geconstitueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geconstitueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te constitueren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geconstitueerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen constitueren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geconstitueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geconstitueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geconstitueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geconstitueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geconstitueerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geconstitueerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geconstitueerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geconstitueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geconstitueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geconstitueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geconstitueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geconstitueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geconstitueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geconstitueerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geconstitueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geconstitueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geconstitueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geconstitueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geconstitueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geconstitueerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal constitueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal constitueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal constitueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geconstitueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconstitueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geconstitueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geconstitueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconstitueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geconstitueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconstitueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geconstitueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geconstitueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geconstitueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geconstitueerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou constitueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou constitueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou constitueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geconstitueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconstitueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconstitueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geconstitueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconstitueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geconstitueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconstitueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconstitueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconstitueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden constitueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden constitueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden constitueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geconstitueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geconstitueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geconstitueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geconstitueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geconstitueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geconstitueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geconstitueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geconstitueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geconstitueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt constitueren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geconstitueerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geconstitueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geconstitueerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen constitueren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen constitueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen constitueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen constitueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geconstitueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geconstitueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geconstitueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geconstitueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geconstitueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geconstitueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geconstitueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geconstitueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geconstitueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult constitueren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geconstitueerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geconstitueerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geconstitueerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vaststellen’ voor het eerst aangetroffen in 1507
Woordfamilie van constitueren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| constitueer | gebiedende wijs | constitueren |
| constitueerde | verleden tijd | constitueren |
| constitueerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | constitueren |
| constitueert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | constitueren |
| constituere | aanvoegende wijs | constitueren |
| constituerend | onvoltooid deelwoord | constitueren |
| constituerende | woordvorm | constitueren |
| geconstitueerd | voltooid deelwoord | constitueren |
| geconstitueerde | woordvorm | constitueren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van constitueren zijn vastgelegd.