consecreren
werkwoordBetekenis
- inzegenen
Vervoeging van consecreren
consecrerenhele werkwoord — consecreerdeverleden tijd enkelvoud — consecreerdenverleden tijd meervoud — geconsecreerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | consecreer | consecreerde |
| jij | consecreert | consecreerde |
| hij, zij, het | consecreert | consecreerde |
| wij | consecreren | consecreerden |
| jullie | consecreren | consecreerden |
| zij | consecreren | consecreerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| consecreer | gebiedende wijs |
| consecreerde | verleden tijd |
| consecrere | aanvoegende wijs |
| consecrerend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| geconsecreerd | verleden tijd, deelwoord |
| geconsecreerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconsecreerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geconsecreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geconsecreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geconsecreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geconsecreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geconsecreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geconsecreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geconsecreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geconsecreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconsecreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geconsecreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconsecreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geconsecreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geconsecreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconsecreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconsecreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te consecreren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geconsecreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen consecreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal consecreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal consecreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal consecreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geconsecreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconsecreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geconsecreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou consecreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou consecreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou consecreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geconsecreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconsecreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconsecreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden consecreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden consecreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden consecreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geconsecreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geconsecreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geconsecreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt consecreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geconsecreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen consecreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen consecreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen consecreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen consecreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geconsecreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geconsecreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geconsecreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult consecreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geconsecreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse consacrer ?? (met het voorvoegsel con- en met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van consecreren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| consecreer | gebiedende wijs | consecreren |
| consecreerde | verleden tijd | consecreren |
| consecreerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | consecreren |
| consecreert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | consecreren |
| consecrere | aanvoegende wijs | consecreren |
| consecrerend | onvoltooid deelwoord | consecreren |
| consecrerende | woordvorm | consecreren |
| geconsecreerd | voltooid deelwoord | consecreren |
| geconsecreerde | woordvorm | consecreren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van consecreren zijn vastgelegd.