Naar de inhoud

complotteren

samenspannen

complotteren

werkwoord

Betekenis

  1. samenspannen

Vervoeging van complotteren

complotterenhele werkwoord — complotteerdeverleden tijd enkelvoud — complotteerdenverleden tijd meervoud — gecomplotteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik complotteer complotteerde
jij complotteert complotteerde
hij, zij, het complotteert complotteerde
wij complotteren complotteerden
jullie complotteren complotteerden
zij complotteren complotteerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
complotteer gebiedende wijs
complotteerde verleden tijd
complottere aanvoegende wijs
complotterend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gecomplotteerd verleden tijd, deelwoord
gecomplotteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecomplotteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecomplotteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecomplotteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecomplotteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecomplotteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecomplotteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecomplotteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecomplotteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecomplotteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecomplotteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecomplotteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecomplotteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecomplotteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecomplotteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecomplotteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecomplotteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te complotteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecomplotteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen complotteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal complotteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal complotteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal complotteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecomplotteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecomplotteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecomplotteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou complotteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou complotteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou complotteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecomplotteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecomplotteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecomplotteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden complotteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden complotteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden complotteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecomplotteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecomplotteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecomplotteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt complotteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecomplotteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen complotteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen complotteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen complotteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen complotteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecomplotteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecomplotteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecomplotteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult complotteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecomplotteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse comploter (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van complotteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
complotteer gebiedende wijs complotteren
complotteerde verleden tijd complotteren
complotteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon complotteren
complotteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon complotteren
complottere aanvoegende wijs complotteren
complotterend onvoltooid deelwoord complotteren
complotterende woordvorm complotteren
gecomplotteerd voltooid deelwoord complotteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van complotteren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over complotteren

Wat is de betekenis van complotteren?
Complotteren is een werkwoord. De betekenis is: samenspannen.
Hoe vervoeg ik complotteren?
Zo vervoeg je complotteren zo: de tegenwoordige tijd is complotteer, de verleden tijd is complotteerde en het voltooid deelwoord is gecomplotteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord complotteren is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. M 3
  4. P 3
  5. L 3
  6. O 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

complotteren levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. M 3
  4. P 4
  5. L 3
  6. O 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 26 zonder bonus
  14. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

complotteren in het kort

complotteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van complotteren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort complotteren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

complotteren: samenspannen
Deel complotteren — standaardnederlands.nl