complimenteren
werkwoordBetekenis
- prijzen met een vleiende opmerking
Vervoeging van complimenteren
complimenterenhele werkwoord — complimenteerdeverleden tijd enkelvoud — complimenteerdenverleden tijd meervoud — gecomplimenteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | complimenteer | complimenteerde |
| jij | complimenteert | complimenteerde |
| hij, zij, het | complimenteert | complimenteerde |
| wij | complimenteren | complimenteerden |
| jullie | complimenteren | complimenteerden |
| zij | complimenteren | complimenteerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gecomplimenteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gecomplimenteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| complimenteer | gebiedende wijs |
| complimenteerde | verleden tijd |
| complimentere | aanvoegende wijs |
| complimenterend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecomplimenteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecomplimenteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecomplimenteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecomplimenteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecomplimenteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecomplimenteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecomplimenteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecomplimenteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecomplimenteerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecomplimenteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecomplimenteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecomplimenteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecomplimenteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecomplimenteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecomplimenteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecomplimenteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecomplimenteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecomplimenteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecomplimenteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecomplimenteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecomplimenteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecomplimenteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecomplimenteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecomplimenteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecomplimenteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecomplimenteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecomplimenteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecomplimenteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecomplimenteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecomplimenteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecomplimenteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecomplimenteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecomplimenteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecomplimenteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gecomplimenteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gecomplimenteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te complimenteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecomplimenteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen complimenteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gecomplimenteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecomplimenteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gecomplimenteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecomplimenteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gecomplimenteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gecomplimenteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gecomplimenteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gecomplimenteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gecomplimenteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gecomplimenteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gecomplimenteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gecomplimenteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gecomplimenteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gecomplimenteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gecomplimenteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gecomplimenteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gecomplimenteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gecomplimenteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gecomplimenteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gecomplimenteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal complimenteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal complimenteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal complimenteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecomplimenteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecomplimenteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecomplimenteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gecomplimenteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecomplimenteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gecomplimenteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecomplimenteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gecomplimenteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gecomplimenteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gecomplimenteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gecomplimenteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou complimenteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou complimenteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou complimenteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecomplimenteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecomplimenteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecomplimenteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gecomplimenteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecomplimenteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gecomplimenteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecomplimenteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecomplimenteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecomplimenteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden complimenteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden complimenteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden complimenteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecomplimenteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecomplimenteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecomplimenteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecomplimenteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gecomplimenteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gecomplimenteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecomplimenteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecomplimenteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecomplimenteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt complimenteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecomplimenteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecomplimenteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecomplimenteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen complimenteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen complimenteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen complimenteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen complimenteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecomplimenteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecomplimenteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecomplimenteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecomplimenteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gecomplimenteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gecomplimenteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecomplimenteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecomplimenteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecomplimenteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult complimenteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecomplimenteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecomplimenteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecomplimenteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse complimenter (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van complimenteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| complimenteer | gebiedende wijs | complimenteren |
| complimenteerde | verleden tijd | complimenteren |
| complimenteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | complimenteren |
| complimenteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | complimenteren |
| complimentere | aanvoegende wijs | complimenteren |
| complimenterend | onvoltooid deelwoord | complimenteren |
| complimenterende | woordvorm | complimenteren |
| gecomplimenteerd | voltooid deelwoord | complimenteren |
| gecomplimenteerde | woordvorm | complimenteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van complimenteren zijn vastgelegd.