coma
zelfstandig naamwoord /ˈkoːmaː/Betekenis
- volkomen bewustloosheid
- een wakende toestand terwijl men toch niet goed weet wat er gebeurt
- in coma liggen: bewusteloos zijn
Hoe spreek je coma uit?
/ˈkoma/
Coma bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| o | boot |
| m | maan |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- volkomen bewusteloosheid
- wakende toestand terwijl men toch niet goed weet wat er gebeurt figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] coma | canonical |
| coma's | enkelvoud |
| comaatje | verkleinwoord |
| comaatjes | verkleinwoord, enkelvoud |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- nevelmassa rond de kern van een komeet
- vertekening in het beeld als lichtbundels schuin invallen, waarbij punten een wat vagere, meer ovale vorm krijgen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] | canonical |
| coma's | enkelvoud |
| comaatje | verkleinwoord |
| comaatjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Woordfamilie van coma
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| coma's | enkelvoud | coma |
| comaatje | verkleinwoord | coma |
| comaatjes | verkleinwoord | coma |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van coma zijn vastgelegd.