chroma
zelfstandig naamwoord ˈxromaBetekenis
- vloeibeeld op filtreerpapier dat een beeld geeft van de samenstelling van de opgezogen stof
- kleur, vooral opgevat als afwijking van een even lichte of donkere tint grijs
- interval van een halve toon
- teken waarmee in het notenschrift een verhoging of verlaging wordt aangegeven
- toepassing van verhogingen en verlagingen in een compositie
Hoe spreek je chroma uit?
/ˈxroma/
Chroma bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| r | rood |
| o | boot |
| m | maan |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| chroma's | meervoud |
Herkomst
via Latijn chroma van Oudgrieks χρῶμα (chróma) "kleur" **[1] (verkorting) van chromatogram **[3], [4] de verhoging of verlaging wordt (figuurlijk) opgevat als het bijkleuren van de toon
Woordfamilie van chroma
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| chroma's | meervoud | chroma |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van chroma zijn vastgelegd.