Naar de inhoud

colloqueren

plaatsen (van rechtswege in een inrichting)

colloqueren

werkwoord

Betekenis

  1. plaatsen (van rechtswege in een inrichting)

Vervoeging van colloqueren

colloquerenhele werkwoord — colloqueerdeverleden tijd enkelvoud — colloqueerdenverleden tijd meervoud — gecolloqueerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik colloqueer colloqueerde
jij colloqueert colloqueerde
hij, zij, het colloqueert colloqueerde
wij colloqueren colloqueerden
jullie colloqueren colloqueerden
zij colloqueren colloqueerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gecolloqueerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gecolloqueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
colloqueer gebiedende wijs
colloqueerde verleden tijd
colloquere aanvoegende wijs
colloquerend onvoltooid, deelwoord
er is gecolloqueerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecolloqueerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecolloqueerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecolloqueerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecolloqueerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecolloqueerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecolloqueerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecolloqueerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecolloqueerd verleden tijd, deelwoord
gecolloqueerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecolloqueerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecolloqueerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecolloqueerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecolloqueerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecolloqueerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecolloqueerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecolloqueerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecolloqueerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecolloqueerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecolloqueerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecolloqueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecolloqueerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecolloqueerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecolloqueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecolloqueerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecolloqueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecolloqueerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecolloqueerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecolloqueerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecolloqueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecolloqueerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecolloqueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecolloqueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecolloqueerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gecolloqueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gecolloqueerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te colloqueren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecolloqueerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen colloqueren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gecolloqueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecolloqueerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gecolloqueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecolloqueerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gecolloqueerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gecolloqueerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gecolloqueerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gecolloqueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gecolloqueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gecolloqueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gecolloqueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gecolloqueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gecolloqueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gecolloqueerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gecolloqueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gecolloqueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gecolloqueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gecolloqueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gecolloqueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gecolloqueerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal colloqueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal colloqueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal colloqueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecolloqueerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecolloqueerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecolloqueerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gecolloqueerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecolloqueerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gecolloqueerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecolloqueerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gecolloqueerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gecolloqueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gecolloqueerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gecolloqueerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou colloqueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou colloqueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou colloqueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecolloqueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecolloqueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecolloqueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gecolloqueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecolloqueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gecolloqueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecolloqueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecolloqueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecolloqueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden colloqueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden colloqueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden colloqueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecolloqueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecolloqueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecolloqueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecolloqueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gecolloqueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gecolloqueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecolloqueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecolloqueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecolloqueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt colloqueren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecolloqueerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecolloqueerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecolloqueerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen colloqueren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen colloqueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen colloqueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen colloqueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecolloqueerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecolloqueerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecolloqueerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecolloqueerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gecolloqueerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gecolloqueerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecolloqueerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecolloqueerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecolloqueerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult colloqueren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecolloqueerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecolloqueerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecolloqueerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Latijnse locus (plek) met het voorvoegsel col- met het achtervoegsel -eren

Woordfamilie van colloqueren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
colloqueer gebiedende wijs colloqueren
colloqueerde verleden tijd colloqueren
colloqueerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon colloqueren
colloqueert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon colloqueren
colloquere aanvoegende wijs colloqueren
colloquerend onvoltooid deelwoord colloqueren
colloquerende woordvorm colloqueren
gecolloqueerd voltooid deelwoord colloqueren
gecolloqueerde woordvorm colloqueren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van colloqueren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over colloqueren

Wat is de betekenis van colloqueren?
Colloqueren is een werkwoord. De betekenis is: plaatsen (van rechtswege in een inrichting).
Hoe vervoeg ik colloqueren?
Zo vervoeg je colloqueren zo: de tegenwoordige tijd is colloqueer, de verleden tijd is colloqueerde en het voltooid deelwoord is gecolloqueerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord colloqueren is 32 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. L 3
  4. L 3
  5. O 1
  6. Q 10
  7. U 4
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 32 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

colloqueren levert met Wordfeud minimaal 30 en maximaal 150 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. L 3
  4. L 3
  5. O 1
  6. Q 10
  7. U 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 30 zonder bonus
  13. 150 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Q) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

colloqueren in het kort

colloqueren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van colloqueren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort colloqueren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

colloqueren: plaatsen (van rechtswege in een inrichting)
Deel colloqueren — standaardnederlands.nl