Naar de inhoud

coachen

instructies en leiding geven aan een sportteam of sporter

coachen

werkwoord

Betekenis

  1. instructies en leiding geven aan een sportteam of sporter
  2. begeleiden, iemand helpen om betere prestaties te leveren (werk, sport etc.)

Vervoeging van coachen

coachenhele werkwoord — coachteverleden tijd enkelvoud — coachtenverleden tijd meervoud — gecoachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik coach coachte
jij coacht coachte
hij, zij, het coacht coachte
wij coachen coachten
jullie coachen coachten
zij coachen coachten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
coach gebiedende wijs
coache aanvoegende wijs
coachend onvoltooid, deelwoord
coachte verleden tijd
er is gecoacht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecoacht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecoacht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecoacht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecoacht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecoacht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecoacht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecoacht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecoacht verleden tijd, deelwoord
gecoacht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecoacht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecoacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecoacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecoacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecoacht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecoacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecoacht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecoacht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecoacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecoacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecoacht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecoacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecoacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecoacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecoacht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecoacht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te coachen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecoacht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen coachen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal coachen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal coachen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal coachen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecoacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecoacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecoacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou coachen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou coachen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou coachen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecoacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecoacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecoacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden coachen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden coachen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden coachen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecoacht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecoacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecoacht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt coachen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecoacht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen coachen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen coachen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen coachen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen coachen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecoacht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecoacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecoacht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult coachen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecoacht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van het Engelse coach. met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van coachen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
coache aanvoegende wijs coachen
coachend onvoltooid deelwoord coachen
coachende woordvorm coachen
coacht aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon coachen
coachte verleden tijd coachen
coachten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon coachen
gecoacht voltooid deelwoord coachen
gecoachte woordvorm coachen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van coachen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over coachen

Wat is de betekenis van coachen?
Coachen is een werkwoord. De betekenis is: instructies en leiding geven aan een sportteam of sporter. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik coachen?
Zo vervoeg je coachen zo: de tegenwoordige tijd is coach, de verleden tijd is coachte en het voltooid deelwoord is gecoacht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord coachen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. A 1
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

coachen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 124 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. A 1
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 18 zonder bonus
  9. 124 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

coachen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

coachen in het kort

coachen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van coachen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort coachen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

coachen: instructies en leiding geven aan een sportteam of sporter
Deel coachen — standaardnederlands.nl