Naar de inhoud

co-existeren

naast elkaar (vredig) bestaan

co-existeren

werkwoord

Betekenis

  1. naast elkaar (vredig) bestaan

Vervoeging van co-existeren

co-existerenhele werkwoord — co-existeerdeverleden tijd enkelvoud — co-existeerdenverleden tijd meervoud — geco-existeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik co-existeer co-existeerde
jij co-existeert co-existeerde
hij, zij, het co-existeert co-existeerde
wij co-existeren co-existeerden
jullie co-existeren co-existeerden
zij co-existeren co-existeerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
co-existeer gebiedende wijs
co-existeerde verleden tijd
co-existere aanvoegende wijs
co-existerend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
geco-existeerd verleden tijd, deelwoord
geco-existeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geco-existeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geco-existeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geco-existeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geco-existeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geco-existeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geco-existeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geco-existeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geco-existeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geco-existeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geco-existeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geco-existeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geco-existeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geco-existeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geco-existeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geco-existeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geco-existeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te co-existeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geco-existeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen co-existeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal co-existeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal co-existeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal co-existeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geco-existeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geco-existeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geco-existeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou co-existeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou co-existeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou co-existeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geco-existeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geco-existeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geco-existeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden co-existeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden co-existeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden co-existeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geco-existeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geco-existeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geco-existeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt co-existeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geco-existeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen co-existeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen co-existeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen co-existeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen co-existeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geco-existeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geco-existeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geco-existeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult co-existeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geco-existeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Naamwoord van handeling van existeren met het voorvoegsel co-

Woordfamilie van co-existeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
co-existeer gebiedende wijs co-existeren
co-existeerde verleden tijd co-existeren
co-existeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon co-existeren
co-existeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon co-existeren
co-existere aanvoegende wijs co-existeren
co-existerend onvoltooid deelwoord co-existeren
co-existerende woordvorm co-existeren
geco-existeerd voltooid deelwoord co-existeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van co-existeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over co-existeren

Wat betekent co-existeren?
Co-existeren is een werkwoord. Het woord betekent: naast elkaar (vredig) bestaan.
Hoe vervoeg je co-existeren?
Je vervoegt co-existeren als volgt: de tegenwoordige tijd is co-existeer, de verleden tijd is co-existeerde en het voltooid deelwoord is geco-existeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

co-existeren is geen Scrabblewoord: het bestaat niet uitsluitend uit letters die je met tegels kunt leggen.

Wordfeud punten

Naar spel

co-existeren is met Wordfeud niet te leggen: het bestaat niet uitsluitend uit letters waarvoor stenen bestaan.

co-existeren in het kort

co-existeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van co-existeren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort co-existeren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

co-existeren: naast elkaar (vredig) bestaan
Deel co-existeren — standaardnederlands.nl