chaperonneren
werkwoordBetekenis
- (een (jonge) dame) begeleiden (teneinde controle over haar gedrag te kunnen uitoefenen dan wel haar te beschermen)
Vervoeging van chaperonneren
chaperonnerenhele werkwoord — chaperonneerdeverleden tijd enkelvoud — chaperonneerdenverleden tijd meervoud — gechaperonneerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | chaperonneer | chaperonneerde |
| jij | chaperonneert | chaperonneerde |
| hij, zij, het | chaperonneert | chaperonneerde |
| wij | chaperonneren | chaperonneerden |
| jullie | chaperonneren | chaperonneerden |
| zij | chaperonneren | chaperonneerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gechaperonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gechaperonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| chaperonneer | gebiedende wijs |
| chaperonneerde | verleden tijd |
| chaperonnere | aanvoegende wijs |
| chaperonnerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gechaperonneerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gechaperonneerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gechaperonneerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gechaperonneerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gechaperonneerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gechaperonneerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gechaperonneerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gechaperonneerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gechaperonneerd | verleden tijd, deelwoord |
| gechaperonneerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gechaperonneerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gechaperonneerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gechaperonneerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gechaperonneerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gechaperonneerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gechaperonneerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gechaperonneerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gechaperonneerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gechaperonneerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gechaperonneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gechaperonneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gechaperonneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gechaperonneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gechaperonneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gechaperonneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gechaperonneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gechaperonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gechaperonneerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gechaperonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gechaperonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gechaperonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gechaperonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gechaperonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gechaperonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gechaperonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gechaperonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te chaperonneren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gechaperonneerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen chaperonneren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gechaperonneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gechaperonneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gechaperonneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gechaperonneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gechaperonneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gechaperonneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gechaperonneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gechaperonneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gechaperonneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gechaperonneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gechaperonneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gechaperonneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gechaperonneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gechaperonneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gechaperonneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gechaperonneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gechaperonneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gechaperonneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gechaperonneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gechaperonneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal chaperonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal chaperonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal chaperonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gechaperonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gechaperonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gechaperonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gechaperonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gechaperonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gechaperonneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gechaperonneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gechaperonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gechaperonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gechaperonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gechaperonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou chaperonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou chaperonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou chaperonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gechaperonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gechaperonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gechaperonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gechaperonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gechaperonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gechaperonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gechaperonneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gechaperonneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gechaperonneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden chaperonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden chaperonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden chaperonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gechaperonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gechaperonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gechaperonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gechaperonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gechaperonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gechaperonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gechaperonneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gechaperonneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gechaperonneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt chaperonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gechaperonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gechaperonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gechaperonneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen chaperonneren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen chaperonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen chaperonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen chaperonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gechaperonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gechaperonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gechaperonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gechaperonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gechaperonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gechaperonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gechaperonneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gechaperonneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gechaperonneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult chaperonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gechaperonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gechaperonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gechaperonneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘een dame begeleiden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847
Woordfamilie van chaperonneren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| chaperonneer | gebiedende wijs | chaperonneren |
| chaperonneerde | verleden tijd | chaperonneren |
| chaperonneerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | chaperonneren |
| chaperonneert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | chaperonneren |
| chaperonnere | aanvoegende wijs | chaperonneren |
| chaperonnerend | onvoltooid deelwoord | chaperonneren |
| chaperonnerende | woordvorm | chaperonneren |
| gechaperonneerd | voltooid deelwoord | chaperonneren |
| gechaperonneerde | woordvorm | chaperonneren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van chaperonneren zijn vastgelegd.