Naar de inhoud

accompagneren

begeleiden vooral in de muziek

accompagneren

werkwoord

Betekenis

  1. begeleiden vooral in de muziek

Vervoeging van accompagneren

accompagnerenhele werkwoord — accompagneerdeverleden tijd enkelvoud — accompagneerdenverleden tijd meervoud — geaccompagneerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik accompagneer accompagneerde
jij accompagneert accompagneerde
hij, zij, het accompagneert accompagneerde
wij accompagneren accompagneerden
jullie accompagneren accompagneerden
zij accompagneren accompagneerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
accompagneer gebiedende wijs
accompagneerde verleden tijd
accompagnere aanvoegende wijs
accompagnerend onvoltooid, deelwoord
ben geaccompagneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geaccompagneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geaccompagneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geaccompagneerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geaccompagneerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geaccompagneerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geaccompagneerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geaccompagneerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geaccompagneerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geaccompagneerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geaccompagneerd verleden tijd, deelwoord
geaccompagneerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geaccompagneerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geaccompagneerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geaccompagneerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geaccompagneerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geaccompagneerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geaccompagneerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geaccompagneerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geaccompagneerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geaccompagneerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geaccompagneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geaccompagneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geaccompagneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geaccompagneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geaccompagneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geaccompagneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geaccompagneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geaccompagneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geaccompagneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geaccompagneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geaccompagneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geaccompagneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geaccompagneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geaccompagneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geaccompagneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geaccompagneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geaccompagneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te accompagneren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geaccompagneerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen accompagneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geaccompagneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geaccompagneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geaccompagneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geaccompagneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geaccompagneerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geaccompagneerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geaccompagneerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geaccompagneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geaccompagneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geaccompagneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geaccompagneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geaccompagneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geaccompagneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geaccompagneerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geaccompagneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geaccompagneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geaccompagneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geaccompagneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geaccompagneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geaccompagneerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal accompagneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal accompagneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal accompagneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geaccompagneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geaccompagneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geaccompagneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geaccompagneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geaccompagneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geaccompagneerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geaccompagneerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geaccompagneerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geaccompagneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geaccompagneerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geaccompagneerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou accompagneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou accompagneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou accompagneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geaccompagneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geaccompagneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geaccompagneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geaccompagneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geaccompagneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geaccompagneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geaccompagneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geaccompagneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geaccompagneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden accompagneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden accompagneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden accompagneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geaccompagneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geaccompagneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geaccompagneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geaccompagneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geaccompagneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geaccompagneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geaccompagneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geaccompagneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geaccompagneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt accompagneren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geaccompagneerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geaccompagneerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geaccompagneerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen accompagneren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen accompagneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen accompagneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen accompagneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geaccompagneerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geaccompagneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geaccompagneerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geaccompagneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geaccompagneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geaccompagneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geaccompagneerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geaccompagneerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geaccompagneerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult accompagneren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geaccompagneerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geaccompagneerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geaccompagneerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘begeleiden’ voor het eerst aangetroffen in 1598

Woordfamilie van accompagneren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
accompagneer gebiedende wijs accompagneren
accompagneerde verleden tijd accompagneren
accompagneerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon accompagneren
accompagneert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon accompagneren
accompagnere aanvoegende wijs accompagneren
accompagnerend onvoltooid deelwoord accompagneren
accompagnerende woordvorm accompagneren
geaccompagneerd voltooid deelwoord accompagneren
geaccompagneerde woordvorm accompagneren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van accompagneren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over accompagneren

Wat betekent accompagneren?
Accompagneren is een werkwoord. Het woord betekent: begeleiden vooral in de muziek.
Hoe vervoeg je accompagneren?
Je vervoegt accompagneren als volgt: de tegenwoordige tijd is accompagneer, de verleden tijd is accompagneerde en het voltooid deelwoord is geaccompagneerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord accompagneren is 28 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. C 5
  3. C 5
  4. O 1
  5. M 3
  6. P 3
  7. A 1
  8. G 3
  9. N 1
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 28 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

accompagneren levert met Wordfeud minimaal 29 en maximaal 117 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. C 5
  3. C 5
  4. O 1
  5. M 3
  6. P 4
  7. A 1
  8. G 3
  9. N 1
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 29 zonder bonus
  15. 117 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

accompagneren in het kort

accompagneren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van accompagneren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort accompagneren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

accompagneren: begeleiden vooral in de muziek
Deel accompagneren — standaardnederlands.nl