Naar de inhoud

cementeren

met cement bestrijken

cementeren

werkwoord

Betekenis

  1. met cement bestrijken
  2. metaal (in een cementeeroven) gloeien met kool(poeder)

Vervoeging van cementeren

cementerenhele werkwoord — cementeerdeverleden tijd enkelvoud — cementeerdenverleden tijd meervoud — gecementeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik cementeer cementeerde
jij cementeert cementeerde
hij, zij, het cementeert cementeerde
wij cementeren cementeerden
jullie cementeren cementeerden
zij cementeren cementeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gecementeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gecementeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
cementeer gebiedende wijs
cementeerde verleden tijd
cementere aanvoegende wijs
cementerend onvoltooid, deelwoord
er is gecementeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gecementeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gecementeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gecementeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gecementeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gecementeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gecementeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gecementeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gecementeerd verleden tijd, deelwoord
gecementeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecementeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gecementeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecementeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecementeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gecementeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecementeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gecementeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecementeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gecementeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gecementeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gecementeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gecementeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gecementeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gecementeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gecementeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gecementeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gecementeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecementeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gecementeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gecementeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gecementeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gecementeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecementeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gecementeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gecementeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gecementeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te cementeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gecementeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen cementeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gecementeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecementeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gecementeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gecementeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gecementeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gecementeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gecementeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gecementeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gecementeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gecementeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gecementeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gecementeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gecementeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gecementeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gecementeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gecementeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gecementeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gecementeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gecementeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gecementeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal cementeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal cementeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal cementeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gecementeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecementeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gecementeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gecementeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecementeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gecementeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gecementeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gecementeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gecementeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gecementeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gecementeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou cementeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou cementeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou cementeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gecementeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecementeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecementeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gecementeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecementeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gecementeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecementeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gecementeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gecementeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden cementeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden cementeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden cementeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gecementeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecementeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecementeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecementeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gecementeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gecementeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gecementeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gecementeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gecementeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt cementeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gecementeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecementeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gecementeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen cementeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen cementeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen cementeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen cementeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gecementeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecementeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecementeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecementeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gecementeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gecementeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gecementeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gecementeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gecementeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult cementeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gecementeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecementeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gecementeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse cémenter (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van cementeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
cementeer gebiedende wijs cementeren
cementeerde verleden tijd cementeren
cementeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon cementeren
cementeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon cementeren
cementere aanvoegende wijs cementeren
cementerend onvoltooid deelwoord cementeren
cementerende woordvorm cementeren
gecementeerd voltooid deelwoord cementeren
gecementeerde woordvorm cementeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cementeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over cementeren

Wat is de betekenis van cementeren?
Cementeren is een werkwoord. De betekenis is: met cement bestrijken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik cementeren?
Zo vervoeg je cementeren zo: de tegenwoordige tijd is cementeer, de verleden tijd is cementeerde en het voltooid deelwoord is gecementeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord cementeren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. E 1
  3. M 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

cementeren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. E 1
  3. M 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

cementeren in het kort

cementeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van cementeren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort cementeren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

cementeren: met cement bestrijken
Deel cementeren — standaardnederlands.nl