cementen
bijvoeglijk naamwoord, werkwoord, zelfstandig naamwoord səˈmɛntə(n)Betekenis
- gemaakt van cement
- bestreken met cement
- bestrijken of afdekken met cement
- metalen onderdelen met een bindmiddel aan elkaar bevestigen
- smeedijzer of een metaallegering samen met een andere stof, bijvoorbeeld koolstof, laten gloeien waardoor de samenstelling verandert
Hoe spreek je cementen uit?
/səˈmɛntən/
Cementen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ə | de |
| m | maan |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (alleen | onverbogen, stellende trap |
| attributief) | onverbogen, stellende trap |
Vervoeging van cementen
cementenhele werkwoord
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord cement
Herkomst
afgeleid van cement met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van cementen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cemente | woordvorm | cementen |
| cementend | woordvorm | cementen |
| cementende | woordvorm | cementen |
| cementte | woordvorm | cementen |
| cementten | woordvorm | cementen |
| gecement | woordvorm | cementen |
| gecemente | woordvorm | cementen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cementen zijn vastgelegd.