capitonneren
werkwoordBetekenis
- meubels of wanden bekleden met een verende laag
Vervoeging van capitonneren
capitonnerenhele werkwoord — capitonneerdeverleden tijd enkelvoud — capitonneerdenverleden tijd meervoud — gecapitonneerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | capitonneer | capitonneerde |
| jij | capitonneert | capitonneerde |
| hij, zij, het | capitonneert | capitonneerde |
| wij | capitonneren | capitonneerden |
| jullie | capitonneren | capitonneerden |
| zij | capitonneren | capitonneerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gecapitonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gecapitonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| capitonneer | gebiedende wijs |
| capitonneerde | verleden tijd |
| capitonnere | aanvoegende wijs |
| capitonnerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gecapitonneerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gecapitonneerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gecapitonneerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gecapitonneerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gecapitonneerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gecapitonneerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gecapitonneerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gecapitonneerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecapitonneerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecapitonneerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecapitonneerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gecapitonneerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecapitonneerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecapitonneerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecapitonneerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecapitonneerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gecapitonneerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecapitonneerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gecapitonneerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecapitonneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecapitonneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecapitonneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecapitonneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecapitonneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecapitonneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecapitonneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecapitonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecapitonneerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecapitonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecapitonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecapitonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecapitonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecapitonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecapitonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gecapitonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gecapitonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te capitonneren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecapitonneerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen capitonneren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gecapitonneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecapitonneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gecapitonneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gecapitonneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gecapitonneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gecapitonneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gecapitonneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gecapitonneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gecapitonneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gecapitonneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gecapitonneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gecapitonneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gecapitonneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gecapitonneerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gecapitonneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gecapitonneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gecapitonneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gecapitonneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gecapitonneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gecapitonneerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal capitonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal capitonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal capitonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecapitonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecapitonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecapitonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gecapitonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecapitonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gecapitonneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecapitonneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gecapitonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gecapitonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gecapitonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gecapitonneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou capitonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou capitonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou capitonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecapitonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecapitonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecapitonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gecapitonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecapitonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gecapitonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecapitonneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecapitonneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecapitonneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden capitonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden capitonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden capitonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecapitonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecapitonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecapitonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecapitonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gecapitonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gecapitonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gecapitonneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecapitonneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecapitonneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt capitonneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecapitonneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecapitonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gecapitonneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen capitonneren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen capitonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen capitonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen capitonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecapitonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecapitonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecapitonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecapitonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gecapitonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gecapitonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gecapitonneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecapitonneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecapitonneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult capitonneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecapitonneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecapitonneerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gecapitonneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bekleden, opvullen’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Woordfamilie van capitonneren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| capitonneer | gebiedende wijs | capitonneren |
| capitonneerde | verleden tijd | capitonneren |
| capitonneerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | capitonneren |
| capitonneert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | capitonneren |
| capitonnere | aanvoegende wijs | capitonneren |
| capitonnerend | onvoltooid deelwoord | capitonneren |
| capitonnerende | woordvorm | capitonneren |
| gecapitonneerd | voltooid deelwoord | capitonneren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van capitonneren zijn vastgelegd.