café
zelfstandig naamwoord kɑˈfeBetekenis
- een uitgaansgelegenheid waar men hoofdzakelijk dranken kan nuttigen
- koffie
- een uitgaansgelegenheid waar men dranken kan nuttigen
- koffieboom
- koffieboon
Hoe spreek je café uit?
/kɑˈfe/
Café bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| e | veel |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cafeetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| cafeetjes | verkleinwoord, meervoud |
| cafés | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans (waar het ook het standaardwoord is voor "koffie"). In de betekenis van ‘kroeg’ voor het eerst aangetroffen in 1897 . Het woord café verving min of meer "koffiehuis", wat vrijwel hetzelfde betekent.
Woordfamilie van café
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cafeetje | verkleinwoord | café |
| cafeetjes | verkleinwoord meervoud | café |
| cafés | meervoud | café |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van café zijn vastgelegd.