Naar de inhoud

burgeren

tot burger maken, burgerrecht verlenen

burgeren

werkwoord ˈbʏrɣərə(n)

Betekenis

  1. tot burger maken, burgerrecht verlenen
  2. gewoon maken

Hoe spreek je burgeren uit?

/ˈbʏrxərən/

Burgeren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈbʏrxərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ʏ put
r rood
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van burgeren

burgerenhele werkwoord — burgerdeverleden tijd enkelvoud — burgerdenverleden tijd meervoud — geburgerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik burger burgerde
jij burgert burgerde
hij, zij, het burgert burgerde
wij burgeren burgerden
jullie burgeren burgerden
zij burgeren burgerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geburgerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geburgerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
burger gebiedende wijs
burgerde verleden tijd
burgere aanvoegende wijs
burgerend onvoltooid, deelwoord
er is geburgerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geburgerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geburgerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geburgerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geburgerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geburgerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geburgerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geburgerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geburgerd verleden tijd, deelwoord
geburgerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geburgerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geburgerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geburgerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geburgerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geburgerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geburgerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geburgerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geburgerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geburgerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geburgerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geburgerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geburgerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geburgerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geburgerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geburgerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geburgerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geburgerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geburgerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geburgerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geburgerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geburgerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geburgerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geburgerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geburgerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geburgerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geburgerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te burgeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geburgerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen burgeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geburgerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geburgerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geburgerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geburgerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geburgerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geburgerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geburgerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geburgerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geburgerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geburgerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geburgerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geburgerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geburgerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geburgerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geburgerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geburgerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geburgerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geburgerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geburgerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geburgerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal burgeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal burgeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal burgeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geburgerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geburgerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geburgerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geburgerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geburgerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geburgerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geburgerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geburgerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geburgerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geburgerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geburgerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou burgeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou burgeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou burgeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geburgerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geburgerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geburgerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geburgerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geburgerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geburgerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geburgerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geburgerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geburgerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden burgeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden burgeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden burgeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geburgerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geburgerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geburgerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geburgerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geburgerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geburgerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geburgerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geburgerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geburgerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt burgeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geburgerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geburgerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geburgerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen burgeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen burgeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen burgeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen burgeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geburgerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geburgerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geburgerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geburgerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geburgerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geburgerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geburgerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geburgerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geburgerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult burgeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geburgerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geburgerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geburgerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van burger zn met het achtervoegsel -en

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over burgeren

Hoe spreek je burgeren uit?
De uitspraak van burgeren is: /ˈbʏrɣərə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent burgeren?
Burgeren is een werkwoord. Het woord betekent: tot burger maken, burgerrecht verlenen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je burgeren?
Je vervoegt burgeren als volgt: de tegenwoordige tijd is burger, de verleden tijd is burgerde en het voltooid deelwoord is geburgerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord burgeren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. U 4
  3. R 2
  4. G 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

burgeren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. U 2
  3. R 2
  4. G 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

burgeren in het kort

burgeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van burgeren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina.

burgeren: tot burger maken, burgerrecht verlenen
Deel burgeren — standaardnederlands.nl