bureaucratiseren
werkwoordBetekenis
- steeds bureaucratischer worden
Vervoeging van bureaucratiseren
bureaucratiserenhele werkwoord — bureaucratiseerdeverleden tijd enkelvoud — bureaucratiseerdenverleden tijd meervoud — gebureaucratiseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bureaucratiseer | bureaucratiseerde |
| jij | bureaucratiseert | bureaucratiseerde |
| hij, zij, het | bureaucratiseert | bureaucratiseerde |
| wij | bureaucratiseren | bureaucratiseerden |
| jullie | bureaucratiseren | bureaucratiseerden |
| zij | bureaucratiseren | bureaucratiseerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bureaucratiseer | gebiedende wijs |
| bureaucratiseerde | verleden tijd |
| bureaucratisere | aanvoegende wijs |
| bureaucratiserend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebureaucratiseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gebureaucratiseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebureaucratiseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebureaucratiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebureaucratiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebureaucratiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebureaucratiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebureaucratiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebureaucratiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebureaucratiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebureaucratiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebureaucratiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebureaucratiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebureaucratiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebureaucratiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebureaucratiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebureaucratiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebureaucratiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bureaucratiseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebureaucratiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bureaucratiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal bureaucratiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bureaucratiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bureaucratiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebureaucratiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebureaucratiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebureaucratiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou bureaucratiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bureaucratiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bureaucratiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebureaucratiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebureaucratiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebureaucratiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bureaucratiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bureaucratiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bureaucratiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebureaucratiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebureaucratiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebureaucratiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bureaucratiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebureaucratiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bureaucratiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bureaucratiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bureaucratiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bureaucratiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebureaucratiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebureaucratiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebureaucratiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bureaucratiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebureaucratiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
misschien afgeleid van het Franse bureaucratiser anders van bureaucratisering (met het achtervoegsel -iseren)
Woordfamilie van bureaucratiseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bureaucratiseer | gebiedende wijs | bureaucratiseren |
| bureaucratiseerde | verleden tijd | bureaucratiseren |
| bureaucratiseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bureaucratiseren |
| bureaucratiseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bureaucratiseren |
| bureaucratisere | aanvoegende wijs | bureaucratiseren |
| bureaucratiserend | onvoltooid deelwoord | bureaucratiseren |
| bureaucratiserende | woordvorm | bureaucratiseren |
| gebureaucratiseerd | voltooid deelwoord | bureaucratiseren |
| gebureaucratiseerde | woordvorm | bureaucratiseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bureaucratiseren zijn vastgelegd.