bunkeren
werkwoordBetekenis
- de bunkers (brandstofreservoirs) vullen, brandstof innemen
- schransen
Vervoeging van bunkeren
bunkerenhele werkwoord — bunkerdeverleden tijd enkelvoud — bunkerdenverleden tijd meervoud — gebunkerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bunker | bunkerde |
| jij | bunkert | bunkerde |
| hij, zij, het | bunkert | bunkerde |
| wij | bunkeren | bunkerden |
| jullie | bunkeren | bunkerden |
| zij | bunkeren | bunkerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bunker | gebiedende wijs |
| bunkerde | verleden tijd |
| bunkere | aanvoegende wijs |
| bunkerend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebunkerd | verleden tijd, deelwoord |
| gebunkerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebunkerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebunkerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebunkerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebunkerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebunkerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebunkerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebunkerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebunkerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebunkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebunkerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebunkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebunkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebunkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebunkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebunkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebunkerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bunkeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebunkerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bunkeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal bunkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bunkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bunkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebunkerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebunkerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebunkerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou bunkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bunkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bunkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebunkerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebunkerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebunkerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bunkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bunkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bunkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebunkerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebunkerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebunkerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bunkeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebunkerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bunkeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bunkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bunkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bunkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebunkerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebunkerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebunkerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bunkeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebunkerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van bunker (met het achtervoegsel -en)
Woordfamilie van bunkeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bunkerde | verleden tijd | bunkeren |
| bunkerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bunkeren |
| bunkere | aanvoegende wijs | bunkeren |
| bunkerend | onvoltooid deelwoord | bunkeren |
| bunkerende | woordvorm | bunkeren |
| bunkert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bunkeren |
| gebunkerd | voltooid deelwoord | bunkeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bunkeren zijn vastgelegd.