Naar de inhoud

bunkeren

de bunkers (brandstofreservoirs) vullen, brandstof innemen

bunkeren

werkwoord

Betekenis

  1. de bunkers (brandstofreservoirs) vullen, brandstof innemen
  2. schransen

Vervoeging van bunkeren

bunkerenhele werkwoord — bunkerdeverleden tijd enkelvoud — bunkerdenverleden tijd meervoud — gebunkerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bunker bunkerde
jij bunkert bunkerde
hij, zij, het bunkert bunkerde
wij bunkeren bunkerden
jullie bunkeren bunkerden
zij bunkeren bunkerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bunker gebiedende wijs
bunkerde verleden tijd
bunkere aanvoegende wijs
bunkerend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gebunkerd verleden tijd, deelwoord
gebunkerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebunkerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebunkerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebunkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebunkerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebunkerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebunkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebunkerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebunkerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebunkerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebunkerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebunkerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebunkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebunkerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebunkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebunkerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebunkerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bunkeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebunkerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bunkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bunkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bunkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bunkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebunkerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebunkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebunkerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou bunkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bunkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bunkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebunkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebunkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebunkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bunkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bunkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bunkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebunkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebunkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebunkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bunkeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebunkerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bunkeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bunkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bunkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bunkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebunkerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebunkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebunkerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bunkeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebunkerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van bunker (met het achtervoegsel -en)

Woordfamilie van bunkeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bunkerde verleden tijd bunkeren
bunkerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bunkeren
bunkere aanvoegende wijs bunkeren
bunkerend onvoltooid deelwoord bunkeren
bunkerende woordvorm bunkeren
bunkert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bunkeren
gebunkerd voltooid deelwoord bunkeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bunkeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bunkeren

Wat betekent bunkeren?
Bunkeren is een werkwoord. Het woord betekent: de bunkers (brandstofreservoirs) vullen, brandstof innemen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bunkeren?
Je vervoegt bunkeren als volgt: de tegenwoordige tijd is bunker, de verleden tijd is bunkerde en het voltooid deelwoord is gebunkerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bunkeren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. U 4
  3. N 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bunkeren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. U 2
  3. N 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bunkeren in het kort

bunkeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bunkeren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bunkeren bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bunkeren: de bunkers (brandstofreservoirs) vullen, brandstof innemen
Deel bunkeren — standaardnederlands.nl