Naar de inhoud

bundelen

in een bundel tezamen nemen

bundelen

werkwoord

Betekenis

  1. in een bundel tezamen nemen
  2. de krachten bundelen: door samen te werken sterker worden

Vervoeging van bundelen

bundelenhele werkwoord — bundeldeverleden tijd enkelvoud — bundeldenverleden tijd meervoud — gebundeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bundel bundelde
jij bundelt bundelde
hij, zij, het bundelt bundelde
wij bundelen bundelden
jullie bundelen bundelden
zij bundelen bundelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gebundeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gebundeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bundel gebiedende wijs
bundelde verleden tijd
bundele aanvoegende wijs
bundelend onvoltooid, deelwoord
er is gebundeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebundeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebundeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebundeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebundeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebundeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebundeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebundeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebundeld verleden tijd, deelwoord
gebundeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebundeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gebundeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebundeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebundeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebundeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebundeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gebundeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebundeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gebundeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebundeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebundeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebundeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebundeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebundeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebundeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebundeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebundeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebundeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebundeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebundeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebundeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebundeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebundeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebundeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gebundeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gebundeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bundelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebundeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bundelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gebundeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebundeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gebundeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gebundeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gebundeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gebundeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gebundeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gebundeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gebundeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gebundeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gebundeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gebundeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gebundeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gebundeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gebundeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gebundeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gebundeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gebundeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gebundeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gebundeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bundelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bundelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bundelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebundeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebundeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebundeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gebundeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebundeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gebundeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebundeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gebundeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gebundeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gebundeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gebundeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bundelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bundelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bundelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebundeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebundeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebundeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gebundeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebundeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gebundeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebundeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebundeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebundeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bundelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bundelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bundelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebundeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebundeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebundeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebundeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gebundeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gebundeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gebundeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebundeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebundeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bundelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebundeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebundeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gebundeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bundelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bundelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bundelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bundelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebundeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebundeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebundeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebundeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gebundeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gebundeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gebundeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebundeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebundeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bundelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebundeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebundeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gebundeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van bundel met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van bundelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bundelde verleden tijd bundelen
bundelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bundelen
bundele aanvoegende wijs bundelen
bundelend onvoltooid deelwoord bundelen
bundelende woordvorm bundelen
bundelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bundelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bundelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bundelen

Wat betekent bundelen?
Bundelen is een werkwoord. Het woord betekent: in een bundel tezamen nemen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bundelen?
Je vervoegt bundelen als volgt: de tegenwoordige tijd is bundel, de verleden tijd is bundelde en het voltooid deelwoord is gebundeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bundelen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. U 4
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bundelen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. U 2
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bundelen in het kort

bundelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bundelen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bundelen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bundelen: in een bundel tezamen nemen
Deel bundelen — standaardnederlands.nl